SelfMatters

Jul 012013
 

Melk. Wat zit er precies in?

Als opvolging van het artikel over rauwe melk dat je HIER kunt lezen, in dit artikel wat meer duiding over de ingrediënten in rauwe melk.

Melk is in feite een emulsie van olie en water. Sommige mensen noemen zo’n mengsel ook wel, met een duur woord, een colloïdaal mengsel (http://nl.wikipedia.org/wiki/Emulsie).

Om  één liter melk te maken moet een koe zo’n 600-800 liter bloed door haar uier pompen. Denk daar nog maar eens aan wanneer je je volgende glas inschenkt. Die koe heeft haar hart erin gestopt!

De samenstelling van volle rauwe melk varieert enigszins tussen verschillende koeienrassen, het voedsel dat ze hebben gegeten en andere condities, dus de figuren die je hierna ziet, zijn slechts benaderingen.

Hier is een ruwe opsomming in percentages van het totale volume:

  • Water – 87,3 %
  • Melkvetten -3,9 %
  • Niet-vette vaste stoffen – 8,8 % (eiwitten, melksuiker, immuunfactoren, etc.)

 

rauwe melk samenstelling 1

 

De 8,8% niet-vette vaste stoffen uit bovenstaande figuur zijn zelf ook weer als volgt onder te verdelen in

Eiwitten, 2,63%, bestaande uit

Caseïne-eiwitten (ca. 80% van de melkeiwitten), 2,63%

  • Alpha s1 [30,6%]
  • Alpha s2 [8,0%]
  • Beta [28,4%]
  • Kappa [10,1%]

Wei-eiwitten (ca. 20% van de melkeiwitten)

  • Alpha lactalbumine [3,7%]
  • Beta lactaglobuline [9,8%]
  • Bovine Serum Albumine (BSA of runderalbumine) [1,2%]
  • Immunoglobulines [2,1%]
  • Proteose peptone [2,4%]

Melksuiker (Lactose) 4,6%

Mineralen (0,65%)

  • Calcium
  • Fosfor
  • Magnesium
  • Kalium
  • Natrium
  • Zink
  • Chloor
  • IJzer
  • Koper
  • Sulfaten
  • Bicarbonaten
  • Sporenelementen

Zuren (0,18%)

  • Citroenzuur
  • Mierenzuur
  • Azijnzuur
  • Melkzuur
  • Oxaalzuur

Vitamines / enzymen (0,12%)

Verdeeld naar percentages van de niet- vette vaste stoffen, ziet de figuur er als volgt uit:

rauwe melk samenstelling 2
Vetten in rauwe melk:

In de voedingswereld zijn maar weinig  woorden zo beladen als “vet”. Misschien zou “lipide” een beter woord zijn.  Kijk hier voor afbeeldingen van diverse vetten en meer informatie over deze prachtige, energierijke voedingsgroep.

In melk worden meer dan 95% van de vetten gevormd tot bolvormige wolken die we globules noemen. Deze wolken hebben een diameter van 0,1 tot 15 micron. (behoorlijk klein dus als je bedenkt dat een micron één miljoenste van een millimeter is).

Iets meer dan 98% van de vetten in melk bevinden zich in de klasse die we kennen als triglyceriden –een glycerol molecuul (glycerine) met 3 vetzuren (van verschillende lengte en mate van verzadigdheid) daaraan vast.

In melk vinden we 10 belangrijke vetzuren in variërende hoeveelheden:

  • Boterzuur 4 (het getal is het aantal koolstofatomen)
  • Capronzuur 6
  • Caprilinezuur 8
  • Caprinezuur 10
  • Laurinezuur 12
  • Myristinezuur 14
  • Palminezuur 16
  • Stearinezuur 18
  • Oliezuur 18:1 (met 1 dubbel binding)
  • CLA 18:2 (geconjugeerd linolzuur, met 2 dubbele bindingen)

Melk bevat ook cholesterol, ook alweer zo’n omstreden en gevreesd woord. Voor het grootste deel wordt het aangetroffen in de kern van de globules, en bedraagt het zo’n 0,3% van alle melkvetten. Hoe minder cholesterol we in onze voeding binnen krijgen, hoe meer ons lichaam zelf aanmaakt. Lees er hier meer over om te snappen waarom deze zo vaak verguisde stof essentieel is voor onze gezondheid.

Proteïnen in rauwe melk:

Proteïnen zijn complexe moleculen die bestaan uit lange ketens van aminozuren. Afhankelijk van de interacties tussen sommige van de  aminozuren kunnen deze moleculen in spiraalvormen draaien of  een soort van geplooide vellen  vormen (secundaire structuur). Tertiaire proteïnen worden nog verder onderworpen aan spiraalvorming en plooiing. Als ze tot bolvormen zijn samengepakt noemen we ze globulaire proteïnen. Vezelachtige tertiaire proteïnen worden gevormd wanneer 2 of meer lange strengen aminozuren zich in de lengte met elkaar binden.

De caseïne, normaal gesproken gemakkelijk verteerbaar in de darmen, is relatief hittebestendig. Secundair van structuur, en als zodanig zonder een al te moeilijke structuur om uiteen te rafelen, overleven ze de verhitting van pasteurisatie (72°C) redelijk goed. Bij Ultra Hoge Temperatuur (UHT) pasteurisatie (138°) is hun lot onzeker.

De weiproteïnen, inclusief de immunoglobulinen, zijn zeer gevoelig voor hitte en denatureren al ver onder de temperatuur van normale pasteurisatie.

Toevallige beïnvloedt  het denatureren van de weiproteïnen de witte kleur van melk. Melk wordt namelijk witter van pasteuriseren.

Melksuiker

Lactose, de eerste koolhydraat die de meeste zoogdierbaby’s proeven, bestaat in feite uit 2 eenvoudige suikers, glucose en galactose, oftewel een disaccharide. Koeienmelk bevat ongeveer 5% lactose (moedermelk van de mens bevat iets meer: ongeveer 7%). Het heeft een redelijk lage glycemische index (wat wil zeggen dat de insulinespiegel er niet zo snel door stijgt) en wordt aldus beter verdragen door diabetici.

Als sommige mensen ouder worden, vermindert hun lactase niveau (het enzym dat nodig is om lactose te verteren) drastisch af. Als zij zuivelproducten eten waarbij de actieve enzymen door verhitting (pasteurisatie) zijn vernietigd, hebben ze onvoldoende lactase om de melksuiker af te breken en hebben ze last van diverse vervelende symptomen, met name boeren en winderigheid. Niet leuk dus.

Maar rauwe melk, met levende, goedaardige lacto bacteriën, heeft ook de door deze bacteriën  geproduceerde lactase, en daarmee is de kans groot dat deze mensen rauwe melk wél kunnen verdragen.

Een andere manier om van de voordelen van zuivel te profiteren bijna zonder de lactose, is het eten van gefermenteerde producten zoals yoghurt en kefir. Gedurende het fermentatieproces hebben de goedaardige melkzuurbacteriën  zo goed als alle lactose afgebroken, en dit veranderd in het zuur smakende melkzuur dat zo’n krachtig antibioticum is.

Rauwmelkse kaas is een andere manier om van zuivel te kunnen genieten zonde de lactose. Ook hier is de meeste lactose afgebroken gedurende het fermentatieproces.

Mineralen in rauwe melk:

Ook de hoeveelheid mineralen in rauwe melk is afhankelijk van een aantal factoren. Bodemkwaliteit, geografische locatie, koeienras, gezondheid van het dier, enz. Al deze factoren spelen een rol.

De beschikbaarheid van de mineralen in rauwe melk hangt af van hoe functioneel de enzymen en andere factoren nog zijn. Hier zijn enkele waarden (bij benadering) voor de hoeveelheden mineralen in een quart (0,95 ltr) rauwe melk:

  • Natrium – 330-850 mg
  • Kalium – 1.040-1.600 mg
  • Chloor – 850-1.040 mg
  • Calcium – 1.040-1.225 mg
  • Magnesium – 85-130 mg
  • Fosfor – 850-940 mg
  • IJzer – 280-570 µg
  • Zink – 1.880-5.660 µg
  • Koper – 95-570 µg
  • Mangaan – 19-47 µg
  • Jodium – ca. 245 µg
  • Fluor – 28-207 µg
  • Selenium – 4.7-63 µg
  • Kobalt – 0.47-1.23 µg
  • Molybdeen – 17-113 µg
  • Nikkel – 0-47 µg
  • Silicium – 700-6.600 µg
  • Vanadium – sporen 290 µg
  • Tin – 38-470 µg
  • Arseen – 19-57 µg

Vitamines in rauwe melk:

Rauwe melk bevat alle bekende in water en vet oplosbare vitamines. Om ze allemaal te krijgen, overtuig je er dan van dat je volle rauwe melk drinkt, want anders mis je de vitamines die zijn verdwenen tijdens het afromen.

Van vitamine C, toch al niet zo veel in koeienmelk (normaal gesproken minder dan 20 mg/quart – ongeveer de helft van mensenmelk), is aangetoond de hoeveelheid verder afneemt wanneer het wordt blootgesteld aan ultraviolet licht zoals zonlicht of TL licht. Bewaar het thuis donker, en vraag je winkel naar UV filters in de verlichting van de koelcellen.

Hier volgen wat hoeveelheden van vitamines per quart (bij benadering) in rauwe melk.

  • Vit. A – 375 µg
  • Vit. C – 19 mg
  • Vit. D – 38 IU
  • Vit. E – 940 mg
  • Vit. K – 47 µg
  • Vit. B3 – (niacine)850 µg
  • Vit. B6 – 470 µg
  • Vit. B5 – (pantotheenzuur)3.300 µg
  • Vit B8 – (biotine)33 µg
  • Vit. B11 – (foliumzuur)52 µg
  • Vit. B12 – 4.25 µg

Enzymen in rauwe melk:

Een ander omstreden onderwerp, belangrijk genoeg om er op zich al een aparte website aan te wijden,  is dat de enzymen in rauwe melk cruciaal zijn om het tot het helende voedsel te maken dat het is.

De tegenargumenten lopen uiteen van dat ze geen voordelen in de spijsvertering opleveren omdat ze niet tegen maagzuur zouden zijn opgewassen tot het totale ontkennen van hun bestaan.

Niemand echter kan ontkennen dat deze krachtige maar breekbare op proteïne gebaseerde stoffen in melk zitten met een reden.  Om mensen zover te krijgen dat het eens worden over de reden, is weer een heel ander verhaal!

Om hun belang te begrijpen is het handig om te weten wat enzymen zijn, en wat ze doen in voedsel en in ons lichaam.

In principe zijn enzymen complexe vormen van proteïne (gemaakt uit aminozuren) die andere stoffen kunnen doen veranderen (katalyseren) zonder zelf deel te nemen in het reactieproces zelf. In de spijsvertering bijvoorbeeld helpen ze om zetmeel, vetten en proteïnen in stukjes te hakken zodat het lichaam deze kan gebruiken.

Hier is een lijstje van de belangrijkste enzymen in rauwe melk:

  • Amylase
  • Catalase
  • Lactase (door bacteriën gemaakt)
  • Lactoperoxidase
  • Lipase
  • Fosfatase

Bronartikel : http://www.raw-milk-facts.com/what_is_in_raw_milk.html

Feb 212013
 

Het is je RAAS!

Twee halve waarheden maken geen hele. We kennen allemaal het keer op keer herhaalde refrein: ‘Verminder je zoutinname en verlaag zo je bloeddruk’, onmiddellijk gevolgd door:  ‘een lagere bloeddruk vermindert hart- en vaatziekten en spaart duizenden levens’. Maar de anti zoutlobby zegt nooit expliciet: ‘het verminderen van zoutinname zal het aantal hart- en vaatziekten doen verminderen en zal duizenden levens redden’.

Waarom is dat eigenlijk? Waarom laten ze het over aan de consument om zelf de link te leggen tussen zout en hart- en vaatziekten en waarom zeggen ze dat zelf niet gewoon direct? Nou, dat is simpel: er is helemaal geen bewijs dat het verminderen van zout in je dieet gunstig is voor je gezondheid. In tegendeel, er is een sterke en groeiende hoeveelheid bewijs die aangeeft dat het verlagen van je zoutconsumptie je gezondheid juist schade kan toebrengen.

Dit komt door het renine-angiotensine-aldosteronsysteem, afgekort RAAS (in Amerika RAS), Het door moeder natuur in ons lichaam ingebouwde systeem om de gevolgen van een beperkte inname van zout (natriumchloride) te verminderen. Zodra één van de in ons lichaam ingebouwde sensoren signaleert dat we te weinig zout eten, komt het RAAS in actie en activeert de nieren om natrium en water in het bloed te reabsorberen.(1)

Deze complexe hormonale kettingreactie, geperfectioneerd tijdens miljoenen jaren van biologische evolutie, is cruciaal om de balans in onze bloedsomloop te bewaren.

Helaas is het zo dat RAAS weliswaar helpt de gevolgen van een chronische lage zoutconsumptie te beperken, onze gezondheid moet hiervoor een hoge rekening betalen. Chronisch verhoogde RAAS niveaus veroorzaken metabolisme syndroom(2), insuline resistentie(3), hart- en vaatziekte(4) en nog een hele waslijst met andere serieuze kwalen(5,6,7). Er bestaat geen enkele twijfel meer dat een verhoogde RAAS een serieuze risicofactor is voor een goede gezondheid. Dus iedereen die zijn zout inname beperkt om zijn bloeddruk te verlagen loopt een verhoogd risico op andere ziektes. Het omruilen van het ene risico voor het andere is niets anders dan Jantje beroven om Pietje te betalen.

Onderstaande grafiek van Alderman(8) toont dat wanneer de hoeveelheid natrium in het bloed vermindert, de hoeveelheid renine (het enzym dat de terugabsorbtie van natrium in gang zet met ook gevolgen voor de bloeddruk) in ons bloedplasma dramatisch omhoog schiet –de normale reactie van het lichaam op zoutbeperking. De blauwe pijl laat zien dat wanneer de inname van natrium lager wordt dan 150 mmol (3.450 mg)/dag, ons lichaam reageert met de aanmaak van een grote hoeveelheid renine om de RAAS kettingreactie in gang te zetten om zo veel mogelijk natrium te behouden. Het is de natuurlijke manier om de gevolgen van onvoldoende zoutconsumptie te beperken.

image002

Om 3.450 mg natrium binnen te krijgen, moeten we ongeveer 9 gram zout per dag binnenkrijgen, dit ligt heel dicht bij de gemiddelde Amerikaanse consumptie(9) (overigens een goed voorbeeld van de ‘wijsheid van het lichaam’(10), het idee dat de fysiologie van ons lichaam de beste autoriteit is om zijn eigen behoeften te bepalen). Deze gemiddelde Amerikaanse behoefte is voldoende om een piek in RAAS activiteit te voorkomen. Echter, de voedingsrichtlijnen voor Amerikanen (en Nederlanders) zeggen dat we onze natriumconsumptie moeten verlagen tot 2.300 mg/dag (100 mmol), ongeveer 6 gram zout max. Bij deze hoeveelheid (de oranje lijn in de grafiek) begint de hoeveelheid renine in ons bloed snel te stijgen. Om het nog erger te maken, met de dieetrichtlijnen van 2010 wordt voor meer dan de helft van de Amerikaanse bevolking  een natriuminname van 1.500 mg (65 mmol) aanbevolen. Ook in Nederland wordt door de hartstichting beweerd dat we slechts 3 gram zout per dag nodig zouden hebben. Maar bij een dergelijke lage inname piekt renine dramatisch (de rode lijn). Niettemin is in de oorspronkelijke dieet richtlijnen  deze natuurlijke reactie van het lichaam op te weinig natrium opzettelijk genegeerd om de laag-zout agenda(11) te promoten. En het is deze foute publicatie die de agenda nog steeds drijft!

De voordelen van lage bloeddruk zijn door het Salt Institute nooit ter discussie gesteld. Wel zijn zij van mening dat het verlagen van de zoutconsumptie als middel om een lagere bloeddruk te bereiken, dit een slechte en zelfs gevaarlijke keuze is. Andere middelen om de bloeddruk mogelijk te verlagen, zoals meer bewegen of het volgen van een Mediterraan dieet, hebben geen negatieve bijwerkingen. Wanneer je een lagere bloeddruk wil bereiken door het verlagen van de zoutconsumptie, wordt je RAAS geactiveerd met als resultaat een hele serie negatieve gevolgen.  Voor de mensen die gevoelig zijn voor zout betekent dit het omruilen van de ene risicofactor voor de andere en is dus zinloos. Voor de rest van ons is het niet minder dan diefstal –een vergroot gezondheidsrisico zonder verdere  voordelen. Bijvoorbeeld, bij een recente studie die werd uitgevoerd aan de Harvard Medical school werden gezonde mensen op een zoutarm dieet gezet. Binnen 7 dagen ontwikkelden deze mensen insuline resistentie!(12)

Dus, het verlagen van je bloeddruk is belangrijk maar nog belangrijker is hoe dat te bewerkstelligen.

Voor de wetenschappers die de moeite hebben genomen om onderzoek te doen, zijn er bergen bewijs die de schadelijke gevolgen van een zoutarm dieet aantonen. Hieronder staan een paar die recentelijk zijn gepubliceerd:

  1. Insuline resistentie (voorloper van diabetes)(13)
  2. Metabolisme syndroom (diabetes en hart- en vaatziekte)(14)
  3. Congestief hartfalen(15)
  4. Diabetes type I(16)
  5. Diabetes type II(17)
  6. Hart- en vaatproblemen(18)
  7. Ziekten door jodium tekort(19)
  8. Vermindering van verstandelijke capaciteiten(20)
  9. Dood(21)

Een recente uitgave van the American Heart Journal(22) maakte duidelijk dat het blokkeren van excessieve niveaus van renine en aldotesteron, de basiscomponenten van RAAS, tot de belangrijkste strategieën behoren om hart- en vaatziekten te beheersen. Als het voorkomen van verhoogde RAAS zo kritisch is, dan is het ook duidelijk dat het consumeren van voldoende zout de eerste voorwaarde is voor een goede gezondheid.

Vandaar dat de bewering ‘het verminderen van zoutinname zal het aantal hart- en vaatziekten doen verminderen en zal duizenden levens redden’ een valse waarheid is  –een leugen dus.

Het is van cruciaal belang dat consumenten begrijpen dat de beste manier om verzekerd te zijn van een goede gezondheid zijn het eten van een gebalanceerd dieet (http://selfmatters.nl/weston-a-price/),  zorgen dat je voldoende beweging krijgt, en vooral het zout niet te vergeten.

Wanneer we worden geconfronteerd met gezondheidsbureaucraten die het liefst halve waarheden verkondigen, is het de taak van de consument om de punten op de juiste manier met elkaar te verbinden.

Uiteindelijk komt het hier op neer: het is wel jóuw RAAS!

 

Referenties

1 Wikipedia. The Renin-Angiotensin System. Available at: http://en.wikipedia.org/wiki/Reninangiotensin_
System (http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloeddrukregulatie)
2 Alderman MH, Madhavan S, Ooi WL, Cohen H, Sealey JE, Laragh JH. Association of the reninsodium
profile with the risk of myocardial infarction in patients with hypertension. 1991; N Engl
J Med 324:1098–1104.
3 Bernstein AM,WillettWC. Trends in 24-h urinary sodium excretion in the United States, 1957–
2003: a systematic review. Am J Clin Nutr 2011;92: 1172–80.
4 Cannon,WB. The Wisdom of the Body. 1932,W.W.Norton & Co. New York.
5 National Academy of Sciences. DietaryReference Intakes for Water, Potassium, Sodium,
Chloride, and Sulfate. 2004; page 282.
6 Wang CH, Li F, Takahashi N. The renin angiotensin system and the metabolic syndrome.
Open Hypertens J. 2010;3:1-13.
7 Liu Z. The renin-angiotensin system and insulin resistance. Curr Diab Rep. 2007 Feb;7(1):34-
42.
8 Verma S, Gupta M, Holmes DT et al. Plasma renin activity predicts cardiovascular mortality in
the Heart Outcomes Prevention Evaluation (HOPE) study. Eur Heart J. 2011; (first published
online March 17, 2011 doi:10.1093/eurheartj/ehr066).
9 Peti-Peterdi J, Kang JJ, Toma, I. Activation of the renal renin–angiotensin system in diabetes—
new concepts. Nephrol. Dial. Transplant. 2008; 23 (10): 3047-3049.
10 Inaba S, Iwai M, Furuno M, et al. Continuous activation of renin-angiotensin system impairs
cognitive function in renin/angiotensinogen transgenic mice. Hypertension. 2009
Feb;53(2):356-62. Epub 2008 Dec 1.
11 Takahashi N, Li F, Hua K, et al. Increased energy expenditure, dietary fat wasting and
resistance to diet-induced obesity in mice lacking renin. Cell Metab. 2007 December; 6(6):
506–512.
12 Garg R,Williams GH, HurwitzS, Brown NJ, Hopkins PN, Adler GK. Low-salt diet increases
insulin resistance in healthy subjects. Metabolism. 2010 Jul;60(7):965-8. Epub 2010 Oct 30.
13 Ruivo GF, Leandro SM, do Nascimento CA, et al. Insulin resistance due to chronic salt
restriction is corrected by α and β blockade and by l-arginine. Physiology and Behavior. 2006;
88 (4-5): 364-370.
14 Nakandakare ER, Charf AM, Santos FC, et al. Dietary salt restriction increases plasma
lipoprotein and inflammatorymarker concentrations in hypertensive patients. Atherosclerosis.
2008; 200(2): 410-6.
15 Paterna S, Parrinello G, Cannizzaro S, et al. Medium Term Effects of Different Dosage of
Diuretic, Sodium, and Fluid Administration on Neurohormonal and Clinical Outcome in Patients
With RecentlyCompensated Heart Failure. American Journal of Cardiology. 2009; 103(1): 93-
102.
16 Thomas MC, Moran J, Forsblom C, et al. The association between dietary sodium intake,
ESRD, and all-cause mortality in patients with type 1 diabetes. Diabetes Care. 2011;34:861–6.
17 Ekinci EI, Clarke S, Thomas MC, et al. Dietary salt intake and mortality in patients with type 2
diabetes. Diabetes Care. 2011;34:703–9.
18 Cohen HW, Hailpern SM, Alderman MH. Sodium intake and mortality follow-up in the Third
National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES III). J Gen Intern Med. 2008 Sep;
23(9):1297-302. Epub 2008 May 9.
19 Vanderpump MPJ, Lazarus JH, Smyth PP, et al. Iodine status of UK schoolgirls: a crosssectional
survey. The Lancet. 2011 11 June; 377( 9782): 2007-2012.
20 Renneboog B, Musch W, Vandemergel X, Manto MU. Mild Chronic Hyponatremia is
Associated with Falls, Unsteadiness, and Attention Deficits. The American Journal of Medicine.
2006; 119(71.e1-71.e8).
21 Stolarz-Skrzypek K, Kuznetsova T, Thijs L, et al. Fatal and Nonfatal Outcomes, Incidence of
Hypertension, and Blood Pressure Changes in Relation to Urinary Sodium Excretion. JAMA.
2011 May 4;305(17):1777-85.
22 Fonarow GC, YancyCW, HernandezAF, et al. Potential impact of optimal implementation of
evidence-based heart failure therapies on mortality. Am Heart J 2011; 161:1024-1030

 

Bron : Morton Satin, vrije vertaling van artikel op http://www.saltinstitute.org/

Jan 152013
 

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: transvetten.

Veel mensen weten ook dat ze waarschijnlijk niet zo gezond zijn. Wat al minder bekend is is dat ze, nadat ze jarenlang in onze voeding zijn gepromoot, inmiddels min of meer verboden zijn. Nog minder bekend is dat ze nog steeds, maar nu in verborgen vorm, in kleine hoeveelheden in bewerkt voedsel worden gestopt. Op de verpakking hoeft dan niet meer te staan dat ze er toch nog in zitten.

Daarom wordt het hoog tijd om eens een en ander uiteen te zetten over deze vetten.

Wat is transvet?
Om echt volledig te begrijpen wat transvet is, of wat transvetten zijn, zou je wat grondbeginselen van de chemie moeten kennen.

Maar maak je geen zorgen wanneer dit niet het geval is –het is niet van vitaal belang voor de gewone consument om chemie te begrijpen en de chemische structuur van vetmoleculen.

Het is veel belangrijker om te weten dat:

  • Transvetten zijn zeer schadelijk voor de gezondheid, ze veroorzaken een lange lijst van gezondheidsproblemen, inclusief hart- en vaatziekten, obesitas, diverse soorten kanker, enzovoorts.
  • Zelfs hele kleine hoeveelheden zijn al schadelijk, dus je moet ze zo veel mogelijk vermijden.
  • Transvetten worden gevonden in producten als margarine, plantaardige bak- en braadboter, en gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën.
  • Transvetten worden gebruikt bij het maken van een breed scala aan voedselproducten, inclusief brood, koekjes, kaakjes, beschuit, cake, chocolade, pindakaas, plantaardige koffiemelk, ijs, etc.
  • Transvetten worden ook vaak gebruikt voor frituren. Daarom worden ze gevonden in voorgebakken frites, gefrituurde kip en andere gefrituurde producten –in snackbars, fastfood restaurants en zelfs in dure restaurants.

voedsel dat transvetten kan bevatten

De chemie simpel gemaakt

Als je echt wil weten wat transvetten zijn, zal ik proberen het simpel uitleggen.

Transvetten zijn vetten met moleculen waarvan de atomen anders zijn gerangschikt dan die van normale vetmoleculen.

Vetmoleculen bestaan in principe uit waterstof- en koolstofatomen die in een keten zijn gerangschikt. Sommige van de ketens zijn kort en heten dan korte keten vetzuren, of korte keten triglyceriden (dit is de chemische naam voor vetten). Zo heb je ook de middellange keten vetzuren –triglyceriden en ook de lange keten vetzuren –triglyceriden.

In normale plantaardige oliën zijn de ketens gebogen en bevinden de waterstofatomen zich aan beide zijden van de keten. Vanwege deze bocht in de keten kunnen de moleculen niet heel dicht tegen elkaar worden gepakt en daarom is de olie vloeibaar (vergelijk het met een stapel losse bananen of een netjes opgestapelde hoeveelheid bakstenen).

stapel bananenbakstenen

 

Bij transvetten wordt zo’n keten in een chemisch proces enigszins recht gemaakt zodat er nog maar een kleine knik overblijft. Daardoor kunnen de vetmoleculen veel dichter op elkaar worden gepakt en wordt het vet harder –daarom is margarine harder dan plantaardige olie, ondanks dat de margarine gemaakt is uit dezelfde plantaardige olie.

drie vetten

 

Op het plaatje links:

1  verzadigd vet (stearinezuur)
2  enkelvoudig onverzadigd vet (oliezuur)
3  transvet van oliezuur (let op de bocht die een knik is geworden!)

 

 

Natuurlijke transvetten versus kunstmatige
Veel schrijvers die beschrijven wat een transvet is, benoemen ze als kunstmatige vetten. Strikt genomen is dit echter niet juist omdat er ook natuurlijke transvetten bestaan. Deze komen voor in melk, kaas, vlees en in sommige groenten en fruit. Niet al deze vetten zijn kunstmatig.

Echter, natuurlijke transvetten komen voor in kleine hoeveelheden en zij veroorzaken geen gezondheidsproblemen. In feite kunnen deze transvetten zelfs gezonde transvetten genoemd worden omdat ze nuttige effecten hebben zoals anti kanker eigenschappen.

Dus, voor alle duidelijkheid, wanneer we het hier over transvetten hebben, dan bedoelen we de kunstmatige transvetten waar we ons zorgen om moeten maken.

Wat is hydrogenering?
Verwant met de kwestie transvetten is de vraag wat hydrogenering is.

Hydrogenering is het proces waarbij extra waterstofatomen worden toegevoegd aan vetmoleculen. Het doel van dit proces is de olie om te vormen tot een wasachtige vaste stof, of halfhard, zoals smeer.

hydrogenering moleculen

 

 

 

 

 

 

 Hydrogenering: op moleculair niveau

maisolie hydrogenering Fabriek voor hydrogenering van mais olie

Ook hier is het niet echt van belang dat je begrijpt hoe de chemie werkt.

Wat je wel moet weten is:

  • Hydrogenering is een zeer onnatuurlijk proces waarbij gebruik wordt gemaakt van zeer hoge temperaturen (meer dan 260°C) en zeer hoge druk. Onder zulke hoge druk raken oliemoleculen beschadigd en worden ze zeer schadelijk voor de gezondheid.
  • Hydrogenering maakt ook gebruik van katalysatoren (stoffen die een chemische reactie bevorderen) zoals nikkel, en deze katalysatoren zijn schadelijk voor mensen. Deze stoffen worden wel weer verwijderd na het proces van hydrogeneren maar er blijven onvermijdelijk sporen van achter.
  • Transvetten worden voornamelijk gemaakt tijdens hydrogenering.

We moeten echter opmerken dat transvetten niet uitsluitend door  hydrogenering worden gevormd. Andere processen, zoals het ontgeuren van commercieel geproduceerde oliën maken ook gebruik van hoge druk en temperaturen en kunnen ook de oorzaak zijn van het vormen van transvetten.

Samenvattend: gewone plantaardige oliën kunnen kleine hoeveelheden transvetten bevatten. Meestal zijn deze hoeveelheden klein, en maken niet veel mensen zich er druk om. Echter, ongeacht of ze wel of niet transvetten bevatten, ze zijn toch zeer schadelijk voor de gezondheid vanwege de onnatuurlijke behandeling met hoge druk en temperatuur die ze hebben ondergaan.

vergif in het eten

Wat is het verschil tussen geheel en gedeeltelijk gehydrogeneerd vet?
Ironisch genoeg, komen transvetten alleen voor halverwege het proces van hydrogenering.

Wanneer het proces volledig wordt doorgevoerd, dat wil zeggen, totdat de olie VOLLEDIG is gehydrogeneerd, zijn de transvetten niet meer aanwezig.

De verklaring hiervoor is wat gecompliceerder.

Toen we zojuist onderzochten wat transvet precies is, hebben we geleerd dat normale oliën moleculen hebben die gebogen zijn, terwijl transvetten zo goed als recht zijn gemaakt en nog slechts een kleine knik hebben.

Wanneer echter een vet volledig wordt gehydrogeneerd, wordt de verbinding (daar waar de bocht of knik zich bevindt) gebroken. Er is dus niet langer sprake van een recht molecuul met een knik, wat technisch gesproken een transvet is.

Wat er overblijft zijn gebroken stukken molecuul die keurig recht zijn met als resultaat dat ze dicht op elkaar kunnen worden gepakt. Het vet is nu hard en wordt aldus verzadigd genoemd.

Vandaar dat transvetten uitsluitend worden gevonden in GEDEELTELIJK GEHYDROGENEERDE oliën.

Wanneer je echter alleen het woord ‘gehydrogeneerd’ op een voedselverpakking ziet staan, dan is dat slechts een afkorting van gedeeltelijk gehydrogeneerd. Het betekent dat er nog steeds transvetten in zitten.

Oneetbare vetten
Volledig gehydrogeneerde oliën zijn keihard en kunnen niet worden gegeten. Dat ze geen transvetten meer bevatten wil nog niet zeggen dat ze gezond zijn –alweer vanwege de zeer onnatuurlijke behandeling die ze hebben ondergaan.

Wees hier dus uiterst voorzichtig mee. Sommige producenten van bak- en braadproducten gebruiken nu volledig gehydrogeneerde oliën -die dus hard en oneetbaar zijn- en mengen dit met vloeibare olie.

Op deze manier zijn ze in staat om halfharde substanties aan te bieden die geen transvetten bevatten. En helaas, veel mensen denken dan ten onrechte dat zulke producten gezond zijn…. Dat zijn ze niet!

Samenvatting:

  • Het is niet nodig voor een consument om de chemie van transvetten volledig te begrijpen.
  • Het is echter niet alleen nuttig om te weten wat een transvet is maar ook de bijkomende zaken zoals:
  • Wat is hydrogenering
  • Wat is het verschil tussen volledig en gedeeltelijk gehydrogeneerd
  • Hoe worden transvetten gevormd
  • Waar worden transvetten gevonden
  • Enzovoorts

Met andere woorden, we moeten weten welk voedsel veilig is om te eten en welk voedsel we moeten vermijden. Uiteindelijk is dat nog belangrijker dan te weten wat een transvet is.

geen transvetten

Jan 132013
 

De vet oplosbare activators

De kern van het onderzoek van Weston Price heeft te maken met wat hij de ‘vet oplosbare activators’ noemde, vitaminen die worden aangetroffen in de vetten en het orgaanvlees van grasgevoerde dieren en in sommig zeevoedsel zoals viseieren, vette vis en levertraan.

De drie vet oplosbare activators zijn vitamine A, D en een nutriënt die hij Activator X noemde, tegenwoordig bekend als vitamine K2, de dierlijke vorm van vitamine K.

In traditionele diëten waren de niveaus van deze sleutel nutriënten ongeveer 10 maal hoger dan de niveaus in diëten gebaseerd op moderne commerciële voedingsmiddelen, die suiker, witte meel en plantaardige oliën bevatten (-in de jaren ’30 van de vorige eeuw!)

Dr. Price noemde deze vitaminen activators omdat ze in het lichaam fungeren als katalysator voor de opname van mineralen. Zonder deze vitaminen kunnen mineralen niet door het lichaam worden benut, ongeacht in welke mate ze aanwezig zijn in de voeding. De bevindingen van Dr. Price worden volledig ondersteund door modern onderzoek.

We weten nu dat vitamine A cruciaal is voor de opname van mineralen en proteïnen, de preventie van geboorte afwijkingen, een optimale ontwikkeling van zuigelingen en kinderen, voor bescherming tegen infecties, de productie van stress- en sekshormonen, schildklierfunctie en gezonde ogen, huid en botten.
De vitamine A voorraad in het lichaam wordt uitgeput door stress, infecties, koorts, zware lichamelijke oefening, blootstelling aan pesticiden, industriële chemicaliën en overmatige consumptie van proteïnen (vandaar de waarschuwing van de WAPF tegen de overmatige consumptie van proteïnen in de vorm van mager vlees, magere melk en proteïne poeders).

Modern onderzoek heeft ook de vele rollen die vitamine D speelt onthuld.
Vitamine D is nodig voor de opname van mineralen, gezonde botten en zenuwstelsel, spiervorming, een gezond voortplantingssysteem, insuline productie, bescherming tegen depressie en bescherming tegen chronische ziekten zoals kanker en hart- en vaatziekten.

Vitamine K speelt een belangrijke rol in de groei en gezichtsontwikkeling, normale voortplanting, ontwikkeling van gezonde botten en tanden, bescherming tegen verkalking en veroudering van de aderen, myeline vorming en leervermogen.

Moderne gezondheidsliteratuur staat vol met misinformatie over de vet oplosbare vitamines.
Veel gezondheidsschrijvers beweren dat mensen voldoende vitamine A kunnen verkrijgen uit plantaardige voeding. Maar de caroteen in plantaardige voeding is geen echte vitamine A. Het is hiervan slechts de voorloper en wordt omgezet in vitamine A in de dunne darm. Mensen zijn niet goed in de omzetting van caroteen in vitamine A, speciaal niet wanneer ze nog kind zijn en wanneer ze last hebben van diabetes, of schildklier- of darmproblemen hebben. Daarom, voor optimale gezondheid, hebben mensen dierlijk voedsel nodig dat een ruime hoeveelheid vitamine A bevat.

Tegelijkertijd wordt door velen geclaimd dat voldoende vitamine D verkregen kan worden door een korte dagelijkse blootstelling aan zonlicht. Maar het lichaam maakt alleen vitamine D wanneer de zon op z’n hoogst staat, dat wil zeggen, gedurende de zomermaanden op het midden van de dag. Het grootste deel van het jaar (en zelfs in de zomer, voor diegenen die niet aan zonnebaden doen), moeten mensen hun vitamine D dus verkrijgen uit voeding.

Voor wat betreft vitamine K, de meeste gezondheidsboeken vermelden slechts de rol in de bloedstolling zonder melding te maken van de andere vitale rollen die het speelt.
Echter, vitamine A, D en K werken synergetisch. Vitamine A en D zetten cellen aan tot het produceren van bepaalde proteïnen; wanneer de cellulaire enzymen deze hebben aangemaakt, worden ze geactiveerd door vitamine K. Deze synergie verklaart ook waarom het innemen van geïsoleerde vormen van vitamine A, D of K als toxisch wordt gerapporteerd. Al deze vitaminen moeten tezamen via voeding in het lichaam komen omdat er anders tekorten ontstaan in de ontbrekende activatoren.
De cruciale rol van deze vet oplosbare vitaminen en de hoge niveaus die werden aangetroffen in het dieet van gezonde traditioneel levende mensen bevestigen het belang van grasgevoerd vee. Wanneer gedomesticeerde dieren geen groen gras eten, zal er weinig vitamine A en K zitten in hun vet, het orgaanvlees, botervet en eierdooiers; wanneer de dieren niet worden gehouden in de open lucht (zon), zal vitamine D grotendeels afwezig zijn in dit voedsel.

Omdat het zo moeilijk is om adequate hoeveelheden vet oplosbare vitamines te verkrijgen uit ons moderne dieet, beval Dr. Price levertraan aan als bron van vitamine A en D, samen met een bron van vitamine K, zoals boter van grasgevoerde dieren of wat hij noemde vitaminerijke boterolie die gemaakt wordt door het op lage temperatuur centrifugeren van boter van koeien die snelgroeiend gras eten.
Genomen in ruime hoeveelheden gedurende de zwangerschap, tijdens de periode van borstvoeding en de groeiperiode, garanderen deze voedingsstoffen de optimale fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen; gegeten door volwassenen beschermen deze stoffen tegen acute chronische ziekte.
Het is uiterst belangrijk om een levertraan met zorg te kiezen omdat veel merken slechts weinig vitamine D bevatten, en een potentieel giftige vitamine A.

Tip: Blue Ice Royal gefermenteerde levertraan met boterolie van het merk Green Pasture, te verkrijgen in div. Ned. webwinkels, bevat een mengsel van levertraan en boterolie en bevat zodoende alle belangrijke vet oplosbare vitamines.

Bron artikel : principles of healthy diets, membership booklet of Weston A. Price Foundation

Oct 122012
 

Met ingang van 2 november 2012 wordt iedere eerste vrijdag van de maand een “Gezond Verstand Avond” georganiseerd in Praktijk SelfMatters. Gezond Verstand Avonden is een landelijk netwerk met een uitgebreide selectie van sprekers en locaties.

Op deze avond zal een lezing worden gegeven die verband houdt met gezondheid in de breedste zin van het woord: dit kan gaan over voeding, psychologie, een bepaalde ziekte of wat dan ook.

De lezingen worden steeds gegeven door een expert op het gebied van het thema van die avond, en de visie zal dramatisch afwijken van wat je tot dan toe van je arts hebt gehoord of uit de media hebt vernomen.Wees dus voorbereid op schokkende ontdekkingen!De lezingen worden gehouden op Oosteind 8 te Papendrecht.
De avonden zullen starten om 20:00, de zaal is geopend vanaf 19:30 en de toegang bedraagt een tientje per persoon.

Jul 312012
 

Introductie

Nog maar slechts 100 jaar geleden waren veel aandoeningen in het geïndustrialiseerde Westen onbekend of op zijn minst zeldzaam. Bij primitieve volken die niet de ‘voordelen’ hebben van onze kennis heeft men er zelfs nog nooit van gehoord.
En daar is een goede reden voor: zij eten zoals de natuur het heeft bedoeld; wij niet. Deze ziekten worden veroorzaakt door ons onvolledige en onnatuurlijke voedingspatroon.

Osteoporose

Oorzaken van osteoporose door voeding:
Zemelen – vezels van granen – soja – vegetarisch dieet – weinig vlees – frisdranken.

Tegen het einde van de jaren ’80 liepen Britse vrouwen na de menopauze een kans van 1 op 2 om osteoporose (broze botten ziekte) te krijgen en 1 op de 5 stierf ten gevolge hiervan (1). Dat was 2x zo veel fracturen als in de jaren ’50 (2). En de getallen gaan niet naar beneden. Toch zijn er veel culturen in de wereld waar vrouwen na de menopauze, tot het einde van hun leven fit, actief en gezond zijn. Het is ook opvallend dat deze vrouwen niet lijden aan osteoporose.

Indiaanse vrouwen uit Centraal Amerika bijvoorbeeld, leven gemiddeld nog 30 jaar na de overgang maar zij krijgen geen osteoporose, ze krimpen niet, ze krijgen geen bochel, en ze breken geen botten (als gevolg van osteoporose).  Een team onderzocht hun hormonale niveaus en vond dat hun oestrogeen spiegel niet hoger was dan dat van blanke Amerikaanse vrouwen –en dat het in sommige gevallen zelfs lager was. Testen toonden aan dat hun botverlies hetzelfde was als dat van de blanke Amerikaanse vrouwen (3). Dus waarom leden zij niet onder botfracturen?

Om dit te begrijpen, is het belangrijk dat we de aard van botten begrijpen. Bot mag er weliswaar uitzien als statisch, het is echter een levend weefsel dat constant wordt vernieuwd en vervangen. Op elk moment, bij iedereen, worden op wel tot 10 miljoen plekken oude deeltjes bot afgebroken en vervangen door nieuwe (4).

Botvormende cellen zijn er in 2 verschillende vormen: osteoclasten en osteoblasten. Osteoclasten moeten oude botdelen opsporen die moeten worden vernieuwd; zij breken bot af en laten zo kleine lege ruimtes achter. Daarna komen de osteoblasten om deze ruimtes op te vullen met nieuw botweefsel. Op deze manier herstelt en vernieuwt bot zichzelf. Dit process het ‘remodellering’. Het is een onbalans in dit remodelleringsproces die bijdraagt aan osteoporose: wanneer er meer bot wordt afgebroken dan dat er nieuw wordt aangemaakt, ontstaat botontkalking.

Het remodelleringsproces vindt plaats gedurende ons hele leven. Zo ongeveer na ons vijftigste jaar echter, worden de opbouwende osteoblasten minder goed in het compleet opvullen van de ruimtes die zijn ontstaan door de werking van de osteoclasten (5).

De correcte term voor lage botdichtheid is osteopenie. Dichtheid is slechts één factor van osteoporose en de fracturen die het tot gevolg heeft. Een andere factor die vaak over het hoofd wordt gezien is de micro architectuur van het bot. Wanneer de osteoclasten meer bot oplossen dan dat er wordt opgebouwd, wordt de micro-architectuur breekbaar. Wanneer het bot verzwakt, worden de heup en en pols kwetsbaarder voor breuken. Ruggewervels breken in feite niet, ze zakken in en veroorzaken zo lengteverlies. Waneer er genoeg ruggewervels inzakken ontstaat een bochel.

 

De medische definitie van osteoporose was “fracturen veroorzaakt door dunne botten” In 1991 werd deze als volgt opnieuw gedefinieerd als: “een ziekte van het botweefsel die wordt gekenmerkt door een lage botdensiteit en een algemene aantasting van het botweefsel. Doordat de botaanmaak geen gelijke tred houdt met de botafbraak, versnelt het botverlies. Het bot wordt fragieler en kan gemakkelijker breken”(6).

Er is echter een probleem bij het benoemen van osteoporose eerder als een ziekte dan als een fractuur omdat lage botmassa slechts een ‘risicofactor’ is voor osteoporose, niet osteoporose zelf. Het is als het omschrijven van hartziekte als het hebben van hoog cholesterol in plaats van een hartaanval. Onnodig te zeggen dat deze nieuwe definitie het aantal vrouwen met “osteoporose” heeft doen toenemen.

Osteoporose heeft in werkelijkheid 2 componenten: botdichtheid en micro-architectuur. Maar waar we steeds over horen is botdichtheid; de micro-architectuur wordt bijna genegeerd. Dit komt waarschijnlijk doordat alleen botdichtheid kan worden gemeten. Maar het uitsluitend meten van botdichtheid kan misleidend zijn, want niet iedereen met een lage botdichtheid zal breuken oplopen. Aziatische vrouwen bijvoorbeeld hebben vaak een een lage botdichtheied maar hebben slechts weinig fracturen; en wanneer je een hoge fluorinnname hebt is je botdichtheid groter –maar toch is je risico op fracturen groter omdat botten door fluor brozer worden!

De algemene aanname is dat wanneer bot eenmaal tot een bepaalde dikte is afgenomen, het gemakkelijker zal breken. Nu we meer weten van de fysiologie van het bot, is het duidelijk dat dit niet het volledige verhaal is. Botbreuken als gevolg van verlies van dikte is niet de enige oorzaak. De toonaangevende expert op het gebied van botten, Dr Susan E. Brown stelt: “osteoporose alleen is niet verantwoordelijk voor botfracturen. Dit is simpel vast te stellen door het feit dat de helft van de mensen met osteoporose nooit breuken krijgt (7).

Lawrence Melton van de Mayo Clinic noteerde al in 1988: ‘Osteoporose alleen zou wel eens niet voldoende kunnen zijn om dergelijke breuken te veroorzaken omdat veel mensen vrij blijven van breuken, zelfs binnen de sub-groepen met de laagste botdichtheid. De meeste vrouwen vanaf 65 jaar en mannen vanaf 75 jaar oud hebben genoeg bot verloren om ze bloot te stellen aan een significant risico voor osteoporose, niettemin krijgen veel van hen geen enkele fractuur. Op hun tachtigste jaar hebben praktisch alle vrouwen in de USA osteoporose met betrekking tot de botdichtheid van hun heupen, toch is het jaarlijks slechts een klein percentage van hen dat lijdt aan heupfracturen’ (8).

Dus hoe komt het nou dat er veel meer vrouwen lijken te zijn met osteoporose dan vroeger? Deels zou dit kunnen komen door niets meer dan de verandering van de definitie. Dat verandert echter niets aan het feit dat de aantallen botfracturen in zowel vrouwen als mannen zijn toegenomen sinds ‘gezond eten’ werd geïntroduceerd.
En dat is de aanwijzing.

Hoe kan osteoporose worden voorkomen?

De aanbevolen manier om osteoporose te voorkomen is supplementeren met calcium, normaliter door het drinken van magere, met calcium verrijkte melk. Maar een gebrek aan calcium leidt niet tot osteoporose maar tot osteomalacie (botverweking). Dit is een algemene misvatting. En het zou wel eens contraproductief kunnen werken omdat vele studies hebben aangetoond dat supplementeren met calcium de situatie juist kan verergeren. Omdat osteoporose wordt veroorzaakt door een verzwakking van de proteïne matrix van de botten, is de beste maatregel niet calcium supplementatie, maar een dieet hoog in proteïne.

Het komt dus niet als een verrassing dat verreweg de meeste epidemiologische studies aantonen dat lage botdichtheid nauw gerelateerd is aan lage inname van proteïne, en andersom, een hoge botdichtheid gerelateerd aan een hoge inname van proteïne (9).

Botdichtheid varieert enorm tussen verschillende mensen. Het wordt bepaald door de dichtheid waarmee je startte en de mate van afbraak. Daarom is het belangrijk om zo veel mogelijk botvormend voedsel te eten en te trainen met gewichten om dichte botten op te bouwen als je nog jong bent. Het is te laat om hier mee te beginnen wanneer je op je 70e symptomen krijgt.

Alleen al in Engeland wordt éénvijfde van alle bedden met orthopedische patiënten bezet door mensen met gebroken heupen en bedroegen 2 decennia geleden alleen de ziekenhuiskosten hiervan al meer dan 160 miljoen pond per jaar (10). En bij deze kosten waren niet de kosten inbegrepen voor andere breuken, personeelskosten, en uiteraard, niet de pijn en het lijden dat veroorzaakt werd door deze ziekte. Is het toeval dat het optreden van osteoporose de laatste 20 jaar toeneemt met 10% per jaar, juist sinds ons is verteld dat we minder vlees moeten eten en dit moeten vervangen door vezelrijke granen?

Proteïne en gezonde botten

In sommige delen van de wereld van voeding leeft het geloof dat wanneer we dierlijke proteïne eten, dit zal leiden tot calciumafbraak van onze botten. Deze aanname wordt interessant wanneer we deze bekijken in het licht van onderzoek naar het paleo dieet om 2 redenen: de eerste omdat schattingen van de hoeveelheid proteïne in het dieet van mensachtigen gedurende minstens 1,7 miljoen jaar in de menselijke evolutie (sinds de tijd van de Homo Erectus) vele malen hoger liggen dan dat wat gangbaar wordt geacht in het onderzoek naar huidige voeding; de tweede reden is dat fossiele vondsten aantonen dat de paleolitische mens over veel zwaarder botten beschikte, dat deze sterker waren en beter bestand tegen breuken dan de botten van de moderne Westerse mens.

Studies die in de jaren ’80 werden gepubliceerd toonden aan dat mensen die proteïne rijk dieet aten, geen verlies van calcium hadden over een lange periode, vooropgesteld dat vlees wordt gegeten met het vet dat er aan zit (11). Aanvullende studies bevestigden dat:

  • Het eten van vlees niet nadelig is voor de calcium balans (12)(13)
  • Proteïne feitelijk sterkere botten bevordert (14)
  • Mannen en vrouwen die de meeste dierlijke proteïne eten hebben een grotere botmassa dan diegenen die dit vermijden (15) (16)

Opvoeren van de inname van proteïne hielp ook oudere patiënten die vitamine D gebruikten met calcium supplementen. Drs B. Dawson-Hughes en S.S. Harris van het Calcium and Bone Metabolism Laboratory van Tufts University in Boston, testten verbanden tussen proteïne inname en verandering in botdichtheid bij 342 gezonde mannen en vrouwen van boven de 65 die een gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde test van 3 jaar achter de rug hadden waarbij ze calcium en vitamine D supplementeerden (17). Ze vonden dat hogere proteïne inname significant kon worden gelinkt aan een 3-jarige wenselijke verandering in totale botmassa/dichtheid in de groep die supplementen gebruikte en niet in de placebo groep.

Proteïnepoeders zijn de foute proteïnen

Wat significant is in de diverse studies naar proteïne inname en botdichtheid, is dat de studies die aantoonden dat proteïne inname calciumverlies veroorzaakte, niet werden uitgevoerd met echt voedsel maar met geïsoleerde aminozuren en gefractioneerde proteïnepoeders van het soort die worden gebruikt bij een laag-koolhydraten dieet en door atleten. De reden dat deze aminozuren en vetvrije proteïnepoeders calciumverlies verzoorzaken terwijl het dieet met vlees dit niet doet, is omdat proteïne, calcium en mineralen de vetoplosbare vitamines A en D nodig hebben om goed door het lichaam te kunnen worden gebruikt. Wanneer proteïne wordt gegeten zonder deze factoren, raakt de normale biochemie van het lichaam van streek, met als resultaat mineraalverlies (18).

Echte vitamine A en complete vitamine D worden uitsluitend aangetroffen in dierlijke vetten. Verder zijn de verzadigde vetten die aanwezig zijn in vlees essentieel voor een goede calciumafzetting in de botten (19). Het zal dus geen verwondering wekken dat het is aangetoond dat vrouwen op vegetarische diëten het grootste risico lopen op osteoporose (20)(21).

Referenties

[i]. Fractured neck of femur: prevention and management. A report of the Royal College of Physicians, London. 1989.
[ii]. Bengner U. Changes in the incidence of fracture of the upper humerus during a 30-year period: A study of 2125 fractures. Clin Orthop 1988; 231: 179-82.
[iii]. Love S. Dr Susan Love’s Hormone Book. Random House, New York, 1997, p. 85.
[iv]. Frost H. The pathomechanics of osteoporosis. Clin Orthop 1985; 200: 198-225.
[v]. Love S. op. cit., p 77.
[vi]. Consensus Development Conference. Prophylaxis and treatment of osteoporosis. Conference Report. Am J Med 1991: 107-110.
[vii]. Brown S. Better Bones, Better Body. Keats Publishing, Connecticut, USA, 1996, p.38.
[viii]. Ibid.
[ix]. Kerstetter, et al. Low protein intake: The impact on calcium and bone homeostasis in humans. J Nutr 2003; 133: 855S-861S.
[x]. Fehily A M. Dietary determinants of bone mass and fracture risk: a review. J Hum Nutr and Diet 1989; 2: 299.
[xi]. Spencer H, Kramer L. Factors contributing to osteoporosis. J Nutr 1986; 116:316-319.; Further studies of the effect of a high protein diet as meat on calcium metabolism. Amer J Clin Nutr 1983; 37:6: 924-9.
[xii]. Hunt J, et al. High- versus low-meat diets: Effects on zinc absorption, iron status, and calcium, copper, iron, magnesium, manganese, nitrogen, phosphorus, and zinc balance in postmenopausal women. Am J Clin Nutr 1995; 62: 621-32.
[xiii]. Spencer H, et al. Do protein and phosphorus cause calcium loss? J Nutr 1988;118:657-60.
[xiv]. Cooper C, et al. Dietary protein and bone mass in women. Calcif Tiss Int 1996; 58:320-5.
[xv]. Munger RG, et al. Prospective study of dietary protein intake and risk of hip fracture in postmenopausal women. Am J Clin Nutr 1999; 69: 147-52.
[xvi]. Hannan MT, et al. Effect of dietary protein on bone loss in elderly men and women: The Framingham Osteoporosis Study. J Bone & Min Res 2000; 15: 2504-2512.
[xvii]. Dawson-Hughes B, Harris SS. Calcium intake influences the association of protein intake with rates of bone loss in elderly men and women. Am J Clin Nutr 2002; 75: 773-9
[xviii]. Fallon S, Enig M. Dem bones — do high protein diets cause osteoporosis? Wise Traditions 2000; 1: 4: 38-41. Also posted at http://www.westonaprice.org
[xix]. Watkins BA, et al. Importance of vitamin E in bone formation and in chondrocyte function. American Oil Chemists Society Proceedings 1996, at Purdue University.; Food Lipids and Bone Health in McDonald and Min, Eds Food Lipids and Health. Marcel Dekker Co. NY, 1996.
[xx]. Chiu JF, et al. Long-term vegetarian diet and bone mineral density in postmenopausal Taiwanese women. Calcif Tissue Int 1997; 60: 245-9.
[xxi]. Lau EM, et al. Bone mineral density in Chinese elderly female vegetarians, vegans, lacto-vegetarians and omnivores. Eur J Clin Nutr 1998; 52: 60-4.

Bron artikel: http://www.second-opinions.co.uk/osteoporosis.html
Auteur: Barry Groves

May 162012
 

Rauwe melk

Lang heb ik geloofd in het idee dat melk niet geschikt is voor volwassenen en dat het drinken ervan iets is voor kinderen en goed voor kalveren, ik dacht dat melk niet wordt gedronken door Aziaten, kortom, dat melk niet goed is voor mensen. Maar waar ik niet van wist is het enorme verschil tussen rauwe melk en gepasteuriseerde of in de fabriek geraffineerde melk. In het nu volgende stuk zal ik uiteenzetten waarom ik nu denk dat het drinken van rauwe melk van grasgevoerde koeien een van de allergrootste diensten is die wij ons lichaam kunnen bewijzen.

Er wordt tegenwoordig in de media nog maar weinig aandacht besteed aan de helende eigenschappen van traditionele voeding. Natuurlijk, ongefermenteerde soja producten, plantaardige oliën en supplementen worden de hemel in geprezen als onze moderne verlossers, maar in werkelijkheid zijn de gezondheidsrisco’s van deze producten net zo groot als bij het gebruik van medicijnen (1).

Maar weinig mensen weten dat schone, rauwe melk van grasgevoerde koeien vroeg in de vorige eeuw daadwerkelijk werd toegepast als geneesmiddel (2)(3). Ja, je leest het goed: melk, rechtsreeks uit de uier, een soort “stamcel” van voedsel, werd gebruikt als medicijn, en regelmatig wist men zo ernstige chronische ziekten ook echt te te genezen (4). Sinds de tijd van Hippocrates tot kort na de Tweede Wereldoorlog werden ontelbare miljoenen gevoed en genezen door dit “witte bloed”.

Schone rauwe melk van grasgevoerde koeien is complete, gebalanceerde voeding. Je zou er volledig op kunnen leven indien nodig. Er zijn ook gepubliceerde gevallen van mensen die precies dat hebben gedaan. (5)(6). Maar wat zit er dan in melk dat het zo geweldig maakt? Laten we eens kijken naar de ingrediënten om te zien wat rauwe melk zo’n krachtig voedingsmiddel maakt (7).

Proteïne
Ons lichaam gebruikt aminozuren als bouwstenen voor proteïne. We hebben er 20-22 nodig om deze taak uit te voeren. Acht hiervan worden beschouwd als essentieel, wat betekent dat we ze binnen moeten krijgen uit onze voeding. De overige 12-14 kunnen we zelf maken uit de essentiële 8 door middel van complexe metabolische processen in onze cellen.

Rauwe koemelk bevat al deze 8 essentiële aminozuren in variërende hoeveelheden, afhankelijk van de fase van lactatie (8). Zo’n 80% van van deze melk proteïnen zijn caseïne –redelijk hittebestendig en grotendeels makkelijk verteerbaar. De overige 20% worden geclassificeerd als wei-proteïnen, met vele belangrijke fysiologische effecten (bioactiviteit) (9). Ook makkelijk verteerbaar maar zeer hittegevoelig, (10) bevatten ze ook sleutelenzymen (11) (gespecialiseerde proteïnen) en enzymblokkers, immunoglobuline (antilichamen)(12), metaal bindende proteïnen, vitamine bindende proteïnen en diverse groeifactoren.

Huidig onderzoek richt zich op proteïne fragmenten (peptide deeltjes), die verborgen zitten in caseïne moleculen en die anti-bacteriologische werking vertonen (13).

Lactoferine (14), een ijzer bindend proteïne, bezit een veelheid aan nuttige eigenschappen waaronder verbeterde absorptie en opname van ijzer, anti-kanker eigenschappen en anti-microbiologische werking tegen verschillende bacteriën die verantwoordelijk zijn voor cariës in tanden en kiezen (15). Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat het ook over krachtige antivirale eigenschappen beschikt (16).

Twee andere spelers van het antibiotische proteïne/enzymen arsenaal zijn lysozym en lactoperoxidase (17). Lysozym is in staat om celwanden van sommige ongewenste bacteriën te breken, terwijl lactoperoxidase met andere stoffen samenwerkt om ongewenste microben op te ruimen.

De immunoglobulinen, een buitengewoon complexe vorm van melk proteïne, ook wel antilichamen genoemd, zorgen voor verhoogde weerstand tegen veel virussen, bacteriën en bacteriologische giffen en kan helpen om de ernst van astmatische verschijnselen te verzachten (18). Studies hebben een significante afname aangetoond van deze ziektebestrijders wanneer melk wordt verhit tot normale bewerkingstemperaturen (pasteurisatie) (19).

Koolhydraten
De belangrijkste koolhydraat in koemelk is Lactose, of melksuiker. Gemaakt van een molecuul van de eenvoudige suikers glucose en galactose, is het een disacharide.

Mensen die om welke reden dan ook lactose intolerant zijn (leeftijd, genetisch, etc.) maken niet langer het enzym lactase aan en kunnen daarom geen melksuiker verteren (20). Dit leidt tot onverkwikkelijke verschijnselen zoals winderigheid die, onnodig om te zeggen, op zijn minst als ongemakkelijk worden ervaren door de slachtoffers. Rauwe melk, met de lactose verterende lactobacillen nog intact, kan er voor zorgen dat mensen die melk vermijden het nog eens kunnen proberen.

Het eindresultaat van lactose vertering is een stof die melkzuur heet (verantwoordelijk voor de zure smaak van gefermenteerde zuivelproducten). Naast de blokkerende werking tegen schadelijke bacteriën (21), versterkt melkzuur de opname van calcium, fosfor en ijzer, en is het aangetoond dat het melkproteïnen makkelijker verteerbaar maakt door ze uit hun oplossing te halen als kleine deeltjes wrongel (22)(23).

Vetten
Ongeveer tweederde van de vetten in melk zijn verzadigd. Goed of slecht voor je? Verzadigd vet speelt een sleutelrol in je lichaam: van de aanmaak van celmembranen en belangrijke hormonen tot opslag van brandstof en beschermlaag voor delicate organen tot een transportmiddel van belangrijke vet oplosbare vitaminen (zie verderop) (24).

Alle vetten bewerkstelligen dat de twaalfvingerige en dunne darm een hormoon afscheiden dat cholecystokinine of CCK heet dat, behalve dat het een versterkende werking geeft op verteringsenzymen, ons laat weten dat we genoeg hebben gegeten (25)(26). Wanneer deze prikkel er niet is, kan dit bijdragen aan het overeten van magere zuivelproducten en andere vetvrije producten.

Bedenk dat duizenden jaren vóór de introductie van hydrogenering (het onder zeer hoge druk bombarderen van plantaardige olie met waterstofatomen om ze tot vaste stof te veranderen) (27) en het gebruik van koolzaadolie (van genetisch gemodificeerd koolzaad) (28), mais, katoenzaad, saffloer en sojaoliën, waren de eetbare vetten vooral verzadigd, en meestal van dierlijke oorsprong. Vóór 1850 kregen dieren in Amerika ook niet zoveel mais of graan te eten. Het gebruik van reuzel, rundvet, pluimvee vet, visolie, tropische olie zoals kokosnoot- en palmolie en koudgeperste olijfolie was ook hoger dan wat we vandaag de dag gebruiken (29)(30).

En bedenk nu dat vóór 1900, hartziekte bijna niet bestond. De introductie van gehydrogeniseerde katoenolie in 1911 (van het merk Crisco, vol met transvetten) (31)(32) droeg bij aan de vermindering van het gebruik van gezonde dierlijk vetten en aan de langzame toename van de hartziekten waaraan miljoenen mensen vandaag de dag lijden.

CLA, (afkorting voor conjugated linoleic acid oftewel geconjugeerd linolzuur)is volop aanwezig in rauwe melk van grasgevoerde koeien, het is een veel bestudeerd (derivaat van) meervoudig onverzadigd omega-6 vetzuur met veelbelovende goede eigenschappen voor de gezondheid (33). Het doet in ieder geval wonderen voor knaagdieren, te oordelen aan de honderden artikelen die erover zijn geschreven (34). Er is veel geld uitgegeven aan CLA, dus je kunt er wel van uit gaan dat er iets mee is.

Onder de vele potentiële voordelen van CLA: het versnelt het metabolisme, het helpt om buikvet weg te krijgen, het vergroot de spiergroei, het verlaagt insuline resistentie, het versterkt het immuunsysteem en verlaagt allergische voedselreacties. En alsof de duivel er mee speelt, het zit 3-5 x zo veel in rauwe melk van grasgevoerde koeien dan in de melk van binnengehouden koeien (35)(36).

Vitamines
Bibliotheken zijn volgeschreven over de 2 groepen vitamines, de water- en de vet oplosbare, en wat ze betekenen voor onze gezondheid. Volle rauwe melk heeft ze allemaal, en ze zijn volledig beschikbaar om te worden opgenomen in het lichaam (37).

Of ze nu helpen je metabolisme te reguleren of de biochemische reacties ondersteunen die energie vrijmaken van het voedsel dat je eet, ze zijn allemaal aanwezig en klaar om voor je aan het werk te gaan.

Om het nog maar eens te herhalen: er hoeft niets te worden toegevoegd aan rauwe melk, speciaal die van grasgevoerde koeien, om het volledig te maken of te verbeteren. Geen vitamines. Geen mineralen. Geen toevoegingen. Het is compleet voedsel.

Mineralen
Onze lichamen, elk met zijn eigen biochemie net zo uniek als een vingerafdruk (38), zitten ongelofelijk complex in elkaar, dus bij discussies over mineralen, of welke andere voedingsstof dan ook, moeten we uitgaan van een gebied, eerder dan van specifieke hoeveelheden. Rauwe melk bevat een breed scala van geheel beschikbare mineralen, variërend van het bekende calcium en fosfor tot sporenelementen waarvan de werking van soms nog onduidelijk is.

Voorbeelden van de gezondheidsvoordelen van calcium, een belangrijk element dat volop aanwezig is in rauwe melk zijn onder andere: het terugdringen van kanker, speciaal darmkanker (39); het leidt tot een hogere bot dichtheid voor alle leeftijden; het verlaagt het risico op osteoporose en breuken bij ouderen; het verlaagt het risico op nierstenen; het versterkt het gebit en het verkleint de kans op cariës, om er maar een paar te noemen (40)(41)(42).

Een interessant gegeven bij mineralen in de voeding is de delicate balans die ze nodig hebben met andere mineralen om goed te kunnen functioneren. Bijvoorbeeld, calcium moet in de juiste verhouding staan tot 2 andere micronutriënten, fosfor en magnesium, om goed te kunnen worden gebruikt door ons lichaam. En raad eens? De natuur heeft ervoor gezorgd dat in rauwe melk het volledige spectrum aan mineralen in de juiste verhouding staan tot elkaar (43) en is op deze manier van maximaal van nut voor ons.

Enzymen
De 60+ (bekende) enzymen, volledig intact en werkzaam in rauwe melk (44)(45) hebben een verbijsterende hoeveelheid taken om uit te voeren, elk ervan essentieel voor het in gang zetten van een of andere belangrijke reactie. Sommige ervan zijn melk eigen, andere komen van de nuttige bacteriën die aanwezig zijn in de melk. Alleen het volgen hiervan is voldoende voor een doctoraalstudie!

Het belangrijkste voordeel van voedsel enzymen is wel het wegnemen van een belasting voor het lichaam. Wanneer we voedsel eten dat al de enzymen bevat die nodig zijn voor de vertering er van, betekent dat veel minder werk voor onze alvleesklier (46). Wanneer deze de keus had, denk ik dat dat drukbezette orgaan zich liever bezig zou houden met het maken van metabolische enzymen en insuline, en het aan het voedsel overlaten zichzelf te verteren.

Amylase (47), bacterieel geproduceerde lactase (48), lipasen (49) en fosfatasen (50) in rauwe melk breken zetmeel, lactose, vet (triglyceriden) en fosfaatgroepen af, en maken melk makkelijker verteerbaar en maken de belangrijke mineralen vrij. Andere enzymen, zoals catalase (51), lysozyme (52) en lactoperoxidase (53) helpen om melk te beschermen tegen ongewenste bacteriële infectie, en maken het veiliger voor ons om te drinken.

Cholesterol
Melk bevat ongeveer 3mg cholesterol per gram (54) –een mooie hoeveelheid. Ons lichaam maakt de meeste die het nodig heeft cholesterol zelf aan, deze hoeveelheid fluctueert weer mee met de hoeveelheid die we binnen krijgen uit ons voedsel (55).
Hoe meer we eten, hoe minder we aan hoeven te maken. Hoe dan ook, we hebben het nodig. Waarom zouden we rauwe melk dan niet gebruiken als een bron?

Cholesterol is een beschermende/reparerende substantie. Een wasachtige plantensteroïde (die vaak meekomt met de vetten), ons lichaam gebruikt het als een soort waterdicht-maker, en als bouwsteen voor een hele lijst aan sleutel hormonen.

Het is natuurlijk, normaal en essentieel om het aan te treffen in het brein, lever, zenuwen, bloed, gal, feitelijk in ieder celmembraan (56). De beste analogie aangaande de rol van cholesterol bij verstopte aderen die ik ken is het beschuldigen van de brandweer van het veroorzaken van brand omdat ze altijd bij een brand opduiken.

Ik raad je aan om je serieus te verdiepen in dit specifieke issue aangaande voeding. Als je nog denkt dat cholesterol slecht voor je is, dan kan dit letterlijk je leven redden.

Nuttige bacteriën
Door rauwe melk te fermenteren kunnen diverse stammen bacteriën die reeds aanwezig zijn of worden toegevoegd (lactobacillus, leuconostoc en pediococcus, om er een paar te noemen) kan het in een nog beter verteerbaar product worden getransformeerd (57).

Met hoge concentraties melkzuur, een veelheid aan enzymen en toegenomen vitamine hoeveelheid, zorgen “gezuurde” of gefermenteerde zuivelproducten zoals yoghurt en kefir (gemaakt met bacteriën en gist, in feite) voor een overvloed van positieve gezondheidseffecten voor de slimme mensen die het eten (58). Omdat ze van zuur houden, weten deze kleine beestjes zich veilig door de zure inhoud van de maag te manoeuvreren om zo de darmen te bereiken waar ze pas echt beginnen aan hun magische werk (59).

Sommigen maken daar enzymen aan die helpen proteine af te breken -een grote steun voor mensen met een verzwakte spijsvertering, of het nu komt door leeftijd, bijwerkingen van medicijnen of door ziekte (60).

Andere soorten zetten zich aan het werk met de vetten door lipasen te maken die de triglyceriden in bruikbare delen splitsen (61). Nog weer anderen pakken de lactose aan en met behulp van enzymen met klinkende namen als beta-galactosidase, glycolase en melkzuurhydrogenase wordt het omgezet in melkzuur (62).

Zoals ik al vermeldde bij het deel koolhydraten, kan het een goed ding zijn om melkzuur voor je aan het werk te hebben in je onderste regionen. Weet je nog? Het versnelt de opname van calcium, ijzer en fosfor,  breekt caseïne op in kleine deeltjes en het helpt om slechte bacillen uit te schakelen.

Rauwe melk is levend voedsel met opmerkelijke zelf beschermende eigenschappen, maar hier is nog een extra: waar de meeste voedingsmiddelen kwaliteit verliezen als ze verouderen, wordt rauwe melk alleen maar beter!
Met de hulp van fermentatie, kun je een toename verwachten in enzymen, beschikbaarheid van mineralen en algehele verteerbaarheid. Niet slecht voor ouderdom!

Lees HIER op mijn website meer over de ingrediënten in rauwe melk.

Referenties:
(1) http://www.westonaprice.org/soy/darkside.html
(2) http://editor.nourishedmagazine.com.au/articles/vonderplanitz-and-campbell-douglasss-testimony-on-raw-milk
(3) http://www.realmilk.com/milkcure.html
(4) Crewe, J., 1929. Raw milk cures many diseases. Certified Milk Magazine, January:3-6.
(5) Fat and Blood, BiblioBazaar, LLC, 2007. Mitchell, S.W., (pp. 119-154) (Available on Google Book Search)
(6) The Miracle of Milk- How to Use the Milk Diet Scientifically at Home, Read Books, 2008. McFadden, B. (Available on Google Book Search)
(7) Mattick, E., Golding, J., 1936. Relative value of raw and heated milk in nutrition. Lancet 2:703-6.
(8) http://jds.fass.org/cgi/reprint/32/7/671.pdf
(9) http://www.msstate.edu/org/fsfa/Vol1/2-Pihlanto.htm
(10) http://www3.interscience.wiley.com/journal/120048318/abstract?CRETRY=1&SRETRY=0
(11) http://www.foodsci.uoguelph.ca/dairyedu/chem.html
(12) http://www3.interscience.wiley.com/journal/119167856/abstract
(13) http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=18414121
(14) http://pubs.nrc-cnrc.gc.ca/rp/rppdf/o01-230.pdf
(15) http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=128229 (16) Ammendolla, M., Pietrantoni, A., et al, 2007. Bovine lactoferrin inhibits echovirus endocytic pathway by interactingwith viral structural peptides. Antiviral Res 73:151-160
(17) http://www.dairyscience.info/lp-system.htm
(18) http://www.dailymail.co.uk/health/article-399520/Untreated-milk-cuts-childrens-allergies.html
(19) http://journals.cambridge.org/action/displayAbstract?fromPage=online&aid=887004
(20) http://content.nejm.org/cgi/content/abstract/333/1/1
(21) http://aem.asm.org/cgi/content/abstract/66/5/2001
(22) http://jds.fass.org/cgi/reprint/70/1/1
(23) http://www.springerlink.com/content/u221412268137476/
(24) http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/129/11/2094
(25) http://www3.interscience.wiley.com/journal/119043936/abstract
(26) Lieverse, R.J., et al, 2006. Role of cholecystokinin in the regulation of satiation and satiety in humans. Ann. New York Acad Sci 713:268-272
(27) http://en.wikipedia.org/wiki/Hydrogenation
(28) http://en.wikipedia.org/wiki/Canola
(29) http://www.cnpp.usda.gov/publications/foodsupply/foodsupply1909-2000.pdf
(30) http://www.ajcn.org/cgi/reprint/81/2/341
(31) http://www.crisco.com/About_Crisco/History.aspx
(32) http://www.motherlindas.com/crisco.htm (33) http://www.cababstractsplus.org/abstracts/Abstract.aspx?AcNo=20043160746
(34) http://www.raw-milk-facts.com/CLARefs_T3.html
(35) Dhiman, T. R., et al, 1999. Conjugated linoleic acid content of milk from cows fed different diets. J Dairy Sci 82:2146-56.
(36) http://www.eatwild.com/references.html#fattyacids
(37) http://www.foodsci.uoguelph.ca/dairyedu/chem.html#vitamin
(38) Biochemical Individuality, Keats Publishing, 1998. Williams, R. J.
(39) http://mrw.interscience.wiley.com/cochrane/clsysrev/articles/CD003548/frame.html
(40) Power, M.L., et al, 1999. The role of calcium in health and disease. Am J Obst & Gyn 181:1560-1569
(41) http://content.nejm.org/cgi/content/abstract/328/12/833
(42) Nishida, M., et al, 2000. Calcium and the risk for periodontal disease. J Periodontology 71(7):1057-1066
(43) Stevenson, M.A., et al, 2003. Nutrient balance in the diet of spring calving, pasture-fed dairy cows, N Z Vet J 51(2):81-88
(44) http://jds.fass.org/cgi/reprint/56/5/531
(45) Blanc, B., 1982. Les protéines du lait à activité enzymatique et hormonale. Le Lait 62:350-395
(46 ) Enzyme Nutrition: the food enzyme concept, Avery, 1985. Howell, E. (pp. 4-7)
(47) Farkye, N.Y., ‘Amylases’ In: Advanced Dairy Chemistry Vol. 1: Proteins 3rd Ed., Academic/Plenum Publishers, 2003. Fox, P.F., McSweeny, P., Eds. (pp. 580-581)
(48) http://aem.asm.org/cgi/reprint/34/2/185.pdf
49) Olivecrona, T., et al, ‘Lipases in Milk’ In: Advanced Dairy Chemistry Vol. 1: Proteins 3rd Ed., (pp. 473-488)
(50) Shakel-Ur-Rehman, et al, “Indigenous Phosphatases in Milk’ In: Advanced Dairy Chemistry Vol. 1: Proteins 3rd Ed., (pp.523-533)
(51) Farkye, 572-574
(52) Farkye, 581-583
(53) Pruitt, K., ‘Lactoperoxidase’ In: Advanced Dairy Chemistry Vol. 1: Proteins 3rd Ed., (pp. 563-568)
(54) http://www3.interscience.wiley.com/journal/77004022/abstract?CRETRY=1&SRETRY=0.
(55) Fundamentals of Anatomy and Physiology, 3rd Ed., Prentice Hall, Inc., 1995. Martini, F.H. (p. 948)
(56) http://en.wikipedia.org/wiki/Cholesterol
(57) http://jds.fass.org/cgi/reprint/79/6/971
(58) Gilliland, S.E., 2006. Health and nutritional benefits from lactic acid bacteria. FEMS Microbiology Letters, 87:175-188
(59) Goldin, B.R., et al, 1992. Survival of Lactobacillus species (strain GG) in human gastrointestinal tract. Digestive Diseases and Sci 37:121-128
(60) http://jn.nutrition.org/cgi/content/abstract/129/7/1492S
(61) Rogalska, E., et al, 2004. Stereoselective hydrolysis of triglycerides by animal and microbial lipases. Chirality 5:24-30
(62) de Vrese, M. et al, 2001. Probiotics- compensation for lactase insufficiency. Am J Clin Nutr 73:421S-429s

 

 

 

 

 

 

May 052012
 

Mythes en waarheden over soja 

Mythe:
Het gebruik van soja gaat al duizenden jaren terug
Waarheid:
Soja werd voor het eerst gebruikt tijdens de late Chou dynastie (1134-246) v.Chr., nadat de Chinezen geleerd hadden om sojabonen te fermenteren en er zo tempeh, natto en tamari van te maken.

Mythe:
Aziaten eten grote hoeveelheden soja.
Waarheid:
De gemiddelde consumptie van sojaproducten in China bedraagt ongeveer 10 gram (ongeveer 2 theelepels) per dag tot zo’n 60 gram in delen van Japan. Aziaten gebruiken soja in kleine hoeveelheden als toevoeging, en niet als vervanger van dierlijk voedsel.

Mythe:
Moderne soja producten zijn net zo gezond als de traditioneel gefermenteerde
Waarheid:
De meeste moderne sojaproducten worden niet gefermenteerd om zo de toxines in sojabonen te neutraliseren, en ze worden zodanig bewerkt dat de proteïnes worden beschadigd en de hoeveelheid carcinogenen toenemen.

Mythe:
Soja producten bevatten complete proteïne.
Waarheid:
Zoals alle peulvruchten bevat soja geen van de aminozuren methionine en cystine. Daarboven wordt het kwetsbare lysine gedenatureerd tijdens het bewerkingsproces.

Mythe:
Gefermenteerde soja levert vitamine B12 voor vegetariërs.
Waarheid:
Soja bevat een stof die lijkt op vitamine B12 maar deze kan niet worden gebruikt door het menselijk lichaam. Sterker nog: het gebruik van soja verhoogt de behoefte van het lichaam aan vitamine B12.

Mythe:
Babyvoeding op basis van soja is veilig voor zuigelingen.
Waarheid:
Sojavoeding bevat trypsine blokkers die de vertering van eiwitten blokkeren en de werking van de alvleesklier beïnvloeden. Uit dierproeven is gebleken dat een dieet met een hoog gehalte trypsine blokkers de groei afremde en afwijkingen veroorzaakte aan de alvleesklier. Soja verhoogt de behoefte van het lichaam aan vitamine D, die nodig is voor sterke botten en normale groei. Soja bevat ook fytinezuur, wat weer resulteert in verminderde beschikbaarheid van de mineralen ijzer en zink die nodig zijn voor de gezondheid en ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel. Soja bevat geen cholesterol, dat essentieel is voor de ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel. Enorme hoeveelheden phyto-oestrogenen in babyvoeding op basis van soja worden gelinkt aan de huidige trend dat meisjes zich steeds vroeger seksueel ontwikkelen en de vertraagde of achtergestelde seksuele ontwikkeling van jongens.

Mythe:
Soja kan osteoporose voorkomen.
Waarheid:
Soja kan zorgen voor tekorten in calcium en vitamine D, beide zijn nodig voor gezonde botten. Calcium uit bottenbouillon en vitamine D uit zeevoedsel, reuzel en orgaanvlees zorgen voor de bescherming tegen osteoporose in Aziatische landen -niet het gebruik van soja.

Mythe:
Moderne sojaproducten beschermen tegen veel soorten kanker.
Waarheid:
Een rapport van de Britse overheid concludeerde dat er weinig bewijs is dat soja bescherming biedt tegen borstkanker of enige andere vorm van kanker. In feite kan het eten van soja resulteren in een verhoogd risico op kanker.

Mythe:
Soja biedt bescherming tegen hartziekte.
Waarheid:
Het eten van soja zal bij sommige mensen leiden tot verlaagd cholesterol, maar er is geen bewijs dat het verlagen van cholesterol iemands risico op hartziekte verlaagt.

Mythe:
De oestrogenen in soja (isoflavonen) zijn goed voor je.
Waarheid:
De isofloavonen in soja zijn phyto-endocrine verstoorders. Opgenomen uit de voeding kunnen ze de ovulatie doen stoppen en de groei van kankercellen stimuleren. Zelfs het eten van slechts 30 mg isoflavonen (uit ongeveer 30 gr soja) per dag kan resulteren in hypothyeroïdie met symptomen van lethargie, verstopping, gewichtstoename en vermoeidheidsverschijnselen.

Mythe:
Soja is veilig en nuttig voor vrouwen na de menopauze.
Waarheid:
Soja kan de groei van oestrogeenafhankelijke tumoren stimuleren en schildklierproblemen veroorzaken. Lage schildklierfunctie wordt in verband gebracht met moeilijkheden gedurende de menopauze.

Mythe:
Phyto-oestrogenen in soja verbeteren de mentale capaciteit.
Waarheid:
Uit een recente studie is gebleken dat de vrouwen met het hoogste oestrogeen niveau in hun bloed de laagste cognitieve vermogens hebben; bij Amerikaans-Japanse vrouwen wordt tofu consumptie in verband gebracht met Alzheimer later in hun leven.

Mythe:
Isoflavonen en proteïne uit soja hebben de GRAS status (Generally Recognized As Safe).
Waarheid:
De Amerikaanse organisatie Archer Daniels Midland heeft onlangs de GRAS aanbeveling aan de FDA teruggenomen wegens aanhoudende protesten uit wetenschappelijke kringen. De FDA heeft de GRAS status nooit toegekend aan geïsoleerde soja proteïne vanwege zorgen over de aanwezigheid van kankerverwekkende stoffen en toxines in industrieel bewerkte soja.

Mythe:
Soja producten zijn goed voor je sexleven.
Waarheid:
Talloze dierstudies hebben aangetoond dat soja onvruchtbaarheid veroorzaakt in testdieren. Soja consumptie verlaagt testosteron bij mannen. Boeddhistische monniken aten tofu om hun libido te verlagen.

Mythe:
Sojabonen zijn goed voor het milieu.
Waarheid:
De meeste soja die wereldwijd wordt verbouwd is genetisch gemodificeerd om het boeren mogelijk te maken grote hoeveelheden herbiciden te gebruiken, dat de bodem vergiftigt.

Mythe:
Soja is goed voor ontwikkelingslanden.
Waarheid:
In de Derde Wereld wordt de traditionele oogst vervangen door soja en wordt de toegevoegde waarde van het raffineren ervan verplaatst van de lokale bevolking naar de grote multinationals.

Bron artikel: Weston A. Price Foundation USA

May 032012
 

De volgende voedingsrijke traditionele vetten hebben gezonde groepen mensen duizenden jaren van voeding voorzien:

Om te koken:

  • Boter
  • Talkvet en niervet van rund en lam
  • Reuzel van varkens
  • Kippen-, ganzen- en eendenvet
  • Kokosolie, palmolie en palmpitolie.

Voor salades:

  • Extra vergine olijfolie (ook geschikt om te koken, niet voor bakken op hoge temperatuur)
  • Geperste sesam- en pindaolie
  • Geperste lijnzaadolie (in kleine hoeveelheden)

Voor vetoplosbare vitamines:

  • Leverolie van vis zoals (kabeljauw)levertraan (te preferen boven visoliën, die niet zijn voorzien van vetoplosbare vitamines, die een overdosis aan onverzadigde vetzuren kunnen veroorzaken en tegenwoordig meestal afkomstig zijn van gekweekte vis)

De volgende “nieuwerwetse” vetten kunnen hartziekten, kanker, disfunctioneren van het  immuunsysteem, steriliteit, leerproblemen, groeiproblemen en osteoporose veroorzaken:

  • Alle gehydrogeniseerde en deels gehydrogeniseerde oliën (transvetten)
  • Industrieel bewerkte vloeibare oliën zoals gewonnen uit soja, maïs, saffloer, katoenzaad en koolzaad.
  • Vetten en oliën (speciaal plantaardige) die zijn verhit tot zeer hoge temperaturen gedurende bewerking en frituren.

De vele functies van verzadigde vetten

Verzadigde vetten zoals boter, vet van vlees, kokosolie en palmolie, hebben een vaste vorm op kamertemperatuur. Volgens het gangbare dogma zijn deze vetten de hoofdveroorzaker van de meeste van onze moderne ziekten: hart- en vaatziekte, kanker, obesitas, diabetes, disfunctioneren van de celmembranen en zelfs zenuwziekten zoals multiple sclerosis. Echter, veel wetenschappelijk onderzoek duidt er op dat het juist de geraffineerde plantaardige olie -die vol zit met vrije radicalen die worden gevormd tijdens de raffinage- en kunstmatig geharde plantaardige olie (transvetten) de boosdoener zijn van onze moderne aandoeningen, en NIET de verzadigde vetten.

Mensen hebben verzadigde vetten nodig omdat we warmbloeding zijn. Onze lichamen functioneren niet op kamertemperatuur, maar op een tropische temperatuur (37°C). Verzadigde vetten verschaffen de juiste stevigheid en structuur aan onze celmembranen en weefsels. Wanneer we veel vloeibare onverzadigde olie eten, missen onze celmembranen de juiste structurele opbouw om goed te kunnen functioneren, ze worden te week.  Wanneer  we te veel transvetten eten, dat weer niet zo zacht is op lichaamstemperatuur, worden onze celmembranen te stug.

In tegenstelling tot de gangbare visie, die niet wetenschappelijk is onderbouwd, zijn verzadigde vetten niet de oorzaak van verstopte aderen of hartziekte.
In feite zelfs, is de favoriete brandstof van het hart  verzadigd vet, en verzadigde vetten verlagen de stof Lp(a), die een significante risicofactor is voor hartaanvallen en beroertes.

Verzadigde vetten spelen in belangrijke rol in allerlei chemische processen in het lichaam. Ze versterken het immuunsysteem en zijn betrokken bij de intercellulaire communicatie, wat inhoudt dat ze ons beschermen tegen kanker. Ze helpen de receptoren van onze celmembranen goed te functioneren, inclusief de receptoren voor insuline, en helpen aldus ons te beschermen tegen diabetes. De longen kunnen niet functioneren zonder verzadigde vetten. Dit is ook de reden waarom kinderen die roomboter en rauwe, volle melk eten veel minder astma hebben dan kinderen die gepasteuriseerde melk en margarine eten. Verzadigde vetten zijn ook betrokken bij nierfuncties en de aanmaak van hormonen.

Ons zenuwstelsel heeft verzadigde vetten nodig om goed te kunnen functioneren en meer dan de helft van onze hersenen bestaat uit verzadigd vet. Verzadigde vetten helpen ook om onstekingen te onderdrukken. Ten laatste zijn verzadigde dierlijke vetten de drager van de vitale vetoplosbare vitaminen A, D en K2, die we in grote hoeveelheden nodig hebben om gezond te blijven.

Mensen eten al sinds duizenden jaren de verzadigde vetten van dieren, zuivelproducten en tropische oliën; het is de komst van moderne geraffineerde plantaardige oliën die in verband wordt gebracht met de epidemie van moderne degeneratieve ziekten, niet de consumptie van verzadigde vetten.

De vetoplosbare “activatoren”
Het cruciale stuk van het onderzoek van Weston Price gaat over wat hij de “vetoplosbare activatoren” noemt, vitaminen die worden aangetroffen in het vet en de organen van grasgevoerd vee en in bepaald zeevoedsel als viseitjes, schaaldieren, vette vis en levertraan. De 3 vetoplosbare vitaminen zijn vitamine A, D, en een voedingsmiddel dat hij omschreef als Activator X, nu bekend als vitamine K2, de dierlijke vorm van vitamine K. Deze belangrijke vitaminen spelen een sleutelrol in onze voeding. In de traditionel voedingswijzen was de aanwezigheid van deze elementen zo’n 10(!)x hoger dan in het moderne westerse voedingspatroon met daarin de suiker, het witte meel en de plantaardige olie. Dr. Price noemde deze vitaminen activatoren omdat ze dienen als catalysator voor de opname van mineralen. Zonder deze vitaminen kunnen de mineralen niet worden opgenomen, zelfs niet al zijn ze rijkelijk aanwezig in de voeding.

Later onderzoek ondersteunt het onderzoek van Price volledig. We weten nu dat vitamine A noodzakelijk is voor de opname van mineralen en proteïne, het voorkomen van geboorteafwijkingen, een optimale ontwikkeling van zuigelingen en kinderen, dat het beschermt tegen infecties, nodig is voor de productie van stress- en sexhormonen, schildklierwerking en gezonde ogen, huid en botten. Vitamine A wordt opgebruikt door stress, infectie, koorts, zware lichamelijke inspanning, blootstelling aan pesticiden en industriële chemicaliën, en overdadige inname van proteïnen (vandaar de waarschuwing tegen overdadig proteïnegebruik in de vorm van mager vlees, magere melk en proteïne poeders).

Nieuw onderzoek heeft ook de vele rollen die vitamin D speelt aangetoond. Vitamine D is nodig om mineralen goed te verwerken, gezonde botten en een gezond zenuwstelsel, spierontwikkeling, gezonde voortplanting, insuline aanmaak, bescherming tegen depressie en bescherming tegen chronische aandoeningen zoals kanker en hart- en vaatziekte.

Vitamine K speelt een belangrijke rol in de groei en ontwikkeling van het gezicht, normale voortplanting, de ontwikkeling van stevige botten en gezonde tanden, bescherming tegen kalkafbouw en ontstekingen in de aderden, helpt bij de opbouw van de myeline laag en ondersteunt het vermogen om te leren.

Moderne gezonheidsliteratuur staat vol met misinformatie over de vetoplosbare vitaminen. Veel gezondheidsschrijvers beweren dat mensen voldoende vitamine A kunnen halen uit plantaardig voedsel. Maar planten bevatten caroteen, wat geen volledige vitamine A is. Caroteen is de voorloper van vitamine A, en wordt in de dunne darm omgezet in vitamine A. Bij mensen verloopt dit proces echter niet zo gemakkelijk, vooral niet bij kinderen en wanneer ze lijden aan diabetes, schildklierproblemen of darmproblemen. Voor optimale gezondheid hebben mensen daarom dierlijke voeding nodig met rijke hoeveelheden vitamine A.

Tegelijkertijd beweert men dat vitamine D voldoende wordt aangemaakt wanneer we een kleine dagelijkse hoeveelheid zonlicht krijgen. Helaas maakt het lichaam alleen maar vitamine D aan wanneer de zon op zijn hoogst staat, dat is dus gedurende de zomer, midden op de dag. De rest van het jaar zijn we aangewezen op voeding om vitamine D binnen te krijgen (zelfs in de zomer voor diegenen die niet dagelijks zonnebaden).

Voor wat betreft vitamine K, vermelden de meeste gezondheidsboeken uitsluitend de rol die het speelt bij bloedklontering, zonder verder rekening te houden met alle andere vitale functies van deze voedingsstof.

Vitamine A, D en K werken synergetisch. Vitamine A en D zetten de cellen aan tot het aanmaken van bepaalde proteïnen; wanneer de cellulaire enzymen deze proteïnen hebben aangemaakt worden ze geactiveerd door vitamine K. Deze synergie verklaart de rapportage van giftigheid bij geïsoleerde inname van vitamine A, D of K. Alle 3 deze nutriënten moeten gezamenlijk in de voeding aanwezig zijn. Zo niet, dan ontwikkelt het lichaam tekorten in de ontbrekende activatoren.

De vitale rol van de vetoplosbare vitaminen en de hoge concentraties die gevonden worden in de voedingspatronen van traditionele volken bevestigen het belang van grasgevoerd vee. Wanneer vee geen groen gras eet, ontbreken vitamine A en K in hun vet, orgaanvlees, boter en  eierdooiers; wanneer het vee geen zonlicht krijgt ontbreekt vitamine D grotendeels in hun producten.

Omdat het zo moeilijk is om deze vetoplosbare activatoren te verkrijgen uit onze moderne voeding, beval dr. Price levertraan aan om te voorzien in vitamine A en D, tezamen met een bron van vitamine K, bijvoorbeeld boter van grasgevoerd vee of van wat hij vitaminerijke boterolie noemde, die wordt gemaakt door boter van koeien die snelgroeined gras eten bij een lage temperatuur te centrifugeren. Wanner dit vrij wordt gegeten gedurende de zwangerschap, periode van borstvoeding en de groeiperiode, zorgen deze voedingsstoffen voor een optimale fysieke en mentale ontwikkeling bij kinderen; wanneer ze worden gegeten door volwassenen beschermen ze tegen acute en chronische ziekten.

Het is belangrijk om zorgvuldig een goed merk levertraan te kiezen omdat veel levertraan slechts kleine hoeveelheden vitamine D bevat en een potentiële giftfigheid van vitamine A.

Zelf zou ik de Blue Ice levertraan aanbevelen van gefermenteerde kabeljauwlever van het merk Green Pasture, in Nederland verkrijgbaar bij diverse webwinkels. Een met boterolie gemende versie volgens het voorschrift van Dr. Price is ook verkrijgbaar van hetzelfde merk.

Bron artikel: Sally Fallon Morell, president van de Weston A. Price Foundation USA

May 022012
 

Mythes en waarheden over gezonde voeding

 

 

 

 

Mythe:
Hart- en vaatziekte wordt veroorzaakt door de consumptie van cholesterol en verzadigd vet van dierlijke producten.
Waarheid:
Toen hart- en vaatziekte in Amerika snel toenam tussen 1920 en 1960 nam de Amerikaanse comsumptie van dierlijk vet af, maar de consumptie van transvetten en industriëel bewerkte plantaardige vetten nam dramatisch toe.

Mythe:
Verzadigde vetten verstoppen de bloedvaten.
Waarheid:
De vetzuren die in de bloedvatenklonters werden gevonden zijn meestal onverzadigd (74%) waarvan 41% meervoudig onverzadig.

Mythe:
Vegetariers leven langer.
Waarheid:
Het jaarlijkse overlijdenspercentage van vegetarische mannen in Amerika is iets hoger dan dat van niet-vegetarische mannen (0,93% tegenover 0,89 %); het jaarlijkse overlijdenspercentage van vegetarische vrouwen is iets hoger dan dat van niet-vegetarische vrouwen (0,86% tegenover 0,54%)

Mythe:
Vitamine B12 kan worden verkregen uit bepaalde plantaardige voedselbronnen zoals blauwalgen en sojaproducten.
Waarheid:
Vitamine B12 wordt niet opgenomen uit plantaardige bronnen. Sojaproducten verhogen zelfs de behoefte aan B12.

Mythe:
Het cholesterolserum voor een goede gezondheid zou minder moeten zijn dan 180 mmol/dl.
Waarheid:
Het algehele overlijdenspercentage ligt hoger bij personen met cholesterolwaardes van lager dan 180 mmol/dl.

Mythe:
Dierlijke vetten veroorzaken kanker en hart- en vaatziekte.
Waarheid:
Dierlijke vetten bevatten veel voedingsstoffen die beschermen tegen kanker en hartziekte; een verhoogd risico op kanker en hart- en vaatziekte wordt in verband gebracht met de consumptie van grote hoeveelheden plantaardige olie.

Mythe:
Kinderen hebben gezondheidsvoordeel van een laag vethoudend voedingspatroon.
Waarheid:Kinderen gedijen niet op voeding met weinig vet en ondervinden groei- en leerproblemen.

Mythe:
Je voelt je beter op voeding met weinig vet en het verhoogt je levensvreugde.
Waarheid:
Laagvethoudende voeding wordt in verbinding gebracht met een verhoogd risico op depressie, psychologische problemen, vermoeidheid, geweld en zelfmoord. Al onze hormonen worden gemaakt uit cholesterol, dus ook de ‘happy’ hormonen.

Mythe:
Om hart- en vaatziekte te vermijden zouden we margarine en halvarine moeten gebruiken in plaats van boter.
Waarheid:
Margarine- en halvarineeters hebben twee maal zo veel hartinfarcten als botereters.

Mythe:
We consumeren niet voldoende essentiele vetzuren.
Waarheid:
We consumeren te veel van 1 soort essentieel vetzuur (omega-6, te vinden in de meeste meervoudig onverzadigde plantaardige olien) maar onvoldoende van een ander soort essentieel vetzuur (omega–3, te vinden in vis, visolie, eieren, donkergroene groenten en kruiden en olie uit bepaalde zaden zoals lijnzaad en chia, noten zoals walnoten en, in kleine hoeveelheden, in onbewerkt graan).

Mythe:
Onze “prehistorische voeding” was laag in vet.
Waarheid:
Door de hele wereld heen zochten primitieve mensen het vet uit vis en schaaldieren, gevogelte, zoogdieren uit de zee, insecten, reptielen, knaagdieren, beren, honden, varkens, rundvee, schapen, geiten, wild, eieren, noten en melkproducten.

Mythe:
Een vegetarisch eetpatroon beschermt je tegen aderverkalking.
Waarheid:
Het International Arteriosclerose Project bevond dat vegetariers net zo veel arteriosclerose hadden als vleeseters.

Mythe:
Voeding laag in vet beschermt tegen kanker.
Waarheid:
Onderzoeken tonen aan dat vrouwen op een laag vetdieet (minder dan 20%) hetzelfde percentage borstkanker hebben als vrouwen die grote hoeveelheden consumeren.

Mythe:
Kokosolie veroorzaakt hart- en vaatziekte.
Waarheid:
Wanneer kokosolie in een hoeveelheid van 7% van de totale energie werd gegeven aan patienten die herstellend waren van hart- en vaatziekte, dan hadden deze patienten meer verbetering in verhouding tot anderen die dit niet namen. Er was geen verschil met patienten die saffloer- of maisolie kregen. Bevolkingsgroepen die kokosolie consumeerden hebben weinig hart- en vaatziekte. Kokosolie kan de meest bruikbare olie zijn om hart- en vaatziekte te helpen voorkomen vanwege de anti-virale en anti-microbische eigenschappen ervan.

Mythe:
Verzadigde vetten belemmeren de productie van ontstekingremmende prostaglandines.
Waarheid:
Verzadigd vet verbetert juist de productie van alle prostaglandines door de omzetting van de essentiële vetzuren te vergemakkelijken.

Mythe:
Arachidonzuur in voedsel zoals lever, boter en eierdooiers veroorzaken de productie van “slechte” ontstekingsbevorderende prostaglandines.
Waarheid:
De 2 soorten prostaglandines die het lichaam aanmaakt van arachidonzuur veroorzaken zowel bevordering als remming van ontsteking onder de juiste omstandigheden. Arachidonzuur is vitaal voor het functioneren van de hersenen en het zenuwsyteem.

Mythe:
Rundvlees veroorzaakt kanker.
Waarheid:
Argentinie, dat een hoog rundvleesconsumptie kent, heeft een lager percentage aan darmkanker dan de VS. Mormonen hebben een lager percentage darmkanker dan de vegetarische Zevende Dag Adventisten.

Bron artikel : Weston A. Price Foundation USA