May 022012
 

Mythes en waarheden over gezonde voeding

 

 

 

 

Mythe:
Hart- en vaatziekte wordt veroorzaakt door de consumptie van cholesterol en verzadigd vet van dierlijke producten.
Waarheid:
Toen hart- en vaatziekte in Amerika snel toenam tussen 1920 en 1960 nam de Amerikaanse comsumptie van dierlijk vet af, maar de consumptie van transvetten en industriëel bewerkte plantaardige vetten nam dramatisch toe.

Mythe:
Verzadigde vetten verstoppen de bloedvaten.
Waarheid:
De vetzuren die in de bloedvatenklonters werden gevonden zijn meestal onverzadigd (74%) waarvan 41% meervoudig onverzadig.

Mythe:
Vegetariers leven langer.
Waarheid:
Het jaarlijkse overlijdenspercentage van vegetarische mannen in Amerika is iets hoger dan dat van niet-vegetarische mannen (0,93% tegenover 0,89 %); het jaarlijkse overlijdenspercentage van vegetarische vrouwen is iets hoger dan dat van niet-vegetarische vrouwen (0,86% tegenover 0,54%)

Mythe:
Vitamine B12 kan worden verkregen uit bepaalde plantaardige voedselbronnen zoals blauwalgen en sojaproducten.
Waarheid:
Vitamine B12 wordt niet opgenomen uit plantaardige bronnen. Sojaproducten verhogen zelfs de behoefte aan B12.

Mythe:
Het cholesterolserum voor een goede gezondheid zou minder moeten zijn dan 180 mmol/dl.
Waarheid:
Het algehele overlijdenspercentage ligt hoger bij personen met cholesterolwaardes van lager dan 180 mmol/dl.

Mythe:
Dierlijke vetten veroorzaken kanker en hart- en vaatziekte.
Waarheid:
Dierlijke vetten bevatten veel voedingsstoffen die beschermen tegen kanker en hartziekte; een verhoogd risico op kanker en hart- en vaatziekte wordt in verband gebracht met de consumptie van grote hoeveelheden plantaardige olie.

Mythe:
Kinderen hebben gezondheidsvoordeel van een laag vethoudend voedingspatroon.
Waarheid:Kinderen gedijen niet op voeding met weinig vet en ondervinden groei- en leerproblemen.

Mythe:
Je voelt je beter op voeding met weinig vet en het verhoogt je levensvreugde.
Waarheid:
Laagvethoudende voeding wordt in verbinding gebracht met een verhoogd risico op depressie, psychologische problemen, vermoeidheid, geweld en zelfmoord. Al onze hormonen worden gemaakt uit cholesterol, dus ook de ‘happy’ hormonen.

Mythe:
Om hart- en vaatziekte te vermijden zouden we margarine en halvarine moeten gebruiken in plaats van boter.
Waarheid:
Margarine- en halvarineeters hebben twee maal zo veel hartinfarcten als botereters.

Mythe:
We consumeren niet voldoende essentiele vetzuren.
Waarheid:
We consumeren te veel van 1 soort essentieel vetzuur (omega-6, te vinden in de meeste meervoudig onverzadigde plantaardige olien) maar onvoldoende van een ander soort essentieel vetzuur (omega–3, te vinden in vis, visolie, eieren, donkergroene groenten en kruiden en olie uit bepaalde zaden zoals lijnzaad en chia, noten zoals walnoten en, in kleine hoeveelheden, in onbewerkt graan).

Mythe:
Onze “prehistorische voeding” was laag in vet.
Waarheid:
Door de hele wereld heen zochten primitieve mensen het vet uit vis en schaaldieren, gevogelte, zoogdieren uit de zee, insecten, reptielen, knaagdieren, beren, honden, varkens, rundvee, schapen, geiten, wild, eieren, noten en melkproducten.

Mythe:
Een vegetarisch eetpatroon beschermt je tegen aderverkalking.
Waarheid:
Het International Arteriosclerose Project bevond dat vegetariers net zo veel arteriosclerose hadden als vleeseters.

Mythe:
Voeding laag in vet beschermt tegen kanker.
Waarheid:
Onderzoeken tonen aan dat vrouwen op een laag vetdieet (minder dan 20%) hetzelfde percentage borstkanker hebben als vrouwen die grote hoeveelheden consumeren.

Mythe:
Kokosolie veroorzaakt hart- en vaatziekte.
Waarheid:
Wanneer kokosolie in een hoeveelheid van 7% van de totale energie werd gegeven aan patienten die herstellend waren van hart- en vaatziekte, dan hadden deze patienten meer verbetering in verhouding tot anderen die dit niet namen. Er was geen verschil met patienten die saffloer- of maisolie kregen. Bevolkingsgroepen die kokosolie consumeerden hebben weinig hart- en vaatziekte. Kokosolie kan de meest bruikbare olie zijn om hart- en vaatziekte te helpen voorkomen vanwege de anti-virale en anti-microbische eigenschappen ervan.

Mythe:
Verzadigde vetten belemmeren de productie van ontstekingremmende prostaglandines.
Waarheid:
Verzadigd vet verbetert juist de productie van alle prostaglandines door de omzetting van de essentiële vetzuren te vergemakkelijken.

Mythe:
Arachidonzuur in voedsel zoals lever, boter en eierdooiers veroorzaken de productie van “slechte” ontstekingsbevorderende prostaglandines.
Waarheid:
De 2 soorten prostaglandines die het lichaam aanmaakt van arachidonzuur veroorzaken zowel bevordering als remming van ontsteking onder de juiste omstandigheden. Arachidonzuur is vitaal voor het functioneren van de hersenen en het zenuwsyteem.

Mythe:
Rundvlees veroorzaakt kanker.
Waarheid:
Argentinie, dat een hoog rundvleesconsumptie kent, heeft een lager percentage aan darmkanker dan de VS. Mormonen hebben een lager percentage darmkanker dan de vegetarische Zevende Dag Adventisten.

Bron artikel : Weston A. Price Foundation USA